Dick Bruna, zwart omlijnd

Hij had een vrolijke snor, fietste op zo’n statige Hollander naar zijn atelier. En als er bezoek kwam dan zorgde hij voor spritskoeken. Het handelsmerk van Dick Bruna was even bedrieglijk als simpel en prettig. Toen Nijntje in 1955 voor het eerst naar zee ging, had ze nog een scheef koppetje, maar haar grafiek werd alsmaar zuiverder. (Háár grafiek, dat moet je zeggen. Want Nijntje is een meisje. Eerst was ze een jongetje, maar om grafische redenen, koos de tekenaar uiteindelijk voor een jurk.) Een zuivere grafiek dus, die van Nijntje een wereldwijde klassieker heeft gemaakt, omdat ze zo duidelijk en zo consequent is.

Nijntje is een universum. En wie stond er aan de poort van het kindergeluk? Gewapend met een breekmes en een pot zwarte plakkaatverf? Dick Bruna. Wie Nijntje oneigenlijk gebruikte, vergat de vrolijke snor. De fiets werd een tank. En op tafel kwamen er rechtszaken en venijn.

Dick Bruna was een oorlogskind, geboren in Utrecht, op 23 augustus 1927. Donderdagavond ging hij dood. Ik hoop dat de hemel bestaat, een échte hemel. Niet het paradijs dat hij bij leven en welzijn zélf heeft moeten bedenken. Paradijs is trouwens een woord dat we bij de oude Perzen hebben gehaald. Het wilde omheining zeggen. Het is een treurige etymologie. Alsof je hekwerk nodig hebt om in sprookjes te kunnen geloven. Misschien geldt het ook voor de wereld van Dick Bruna. Misschien zijn zijn tekeningen daarom zo zwart omlijnd, omdat je er veilig in moet kunnen zijn.

Perspectief is nog zo iets. Dick Bruna tekende nooit in perspectief. Het is alsof het echte perspectief hem alleen maar kon teleurstellen. Net zoals kapitalen. In de boeken van Nijntje was geen plaats voor hoofdletters. Alles was er klein. Ik denk omdat Dick Bruna daarvan uitging, van de kleinigheid op aarde.

Aan de honderden boekomslagen die hij ontwierp kun je het zien: de droefenis zodanig gestileerd dat het opnieuw leuk wordt. De weduwe in de wilgen is er zo eentje, een detectivepocket waarvoor Dick Bruna de kaft bedacht. Of de paraplu die hij tekende om reclame te maken voor de Zwarte Beertjes-reeks. Het is weer pocket-weer stond eronder, wat je zou kunnen parafraseren als: Om te lezen heb je pokkeweer nodig. Maar van alle kaften is die van Jean-Paul Sartre het meest bevreemdend. Op ‘De Walging’ staat in rood en zwart een existentieel brommende filosoof, die zegt: In ben alleen, omringd door al die vrolijke stemmen. Het kan niet anders dat de vader van Nijntje het boek heeft gelezen, toen hij nog leefde.

(eerder verschenen in de De Standaard)