100 jaar

Tomatensoep. Konijn met appelmoes en kroketten. Dame blanche. Oma was jarig en oma had het menu mogen kiezen. Heel Herfstvreugde had ervan meegegeten, op de dag dat oma 100 jaar werd. Aansluitend kwam een heilige eucharistieviering voor bewoners en genodigden. De gang was versierd met bloemen van roze en witte servetten. De glazen voor de receptie achteraf stonden klaar. De boterhammetjes met surimi waren gesmeerd. Krab is luxe, ook als het valse krab is, zeker als je de oorlog hebt meegemaakt. En oma heeft de oorlog meegemaakt, twee afleveringen en een bombardement.

Oma is van 1908. De mis begon om 14 uur. De familie vreesde dat oma niet naar de kapel zou komen. Oma had immers op haar 75ste luid verkondigd dat mensen ouder dan 75 niet meer naar de mis hoeven. Maar ze zat er toch, op de eerste rij. Ze was naar de kapper geweest en ze droeg een jurk die ze nog niet zo dikwijls had aangehad. De pers, had oma gezegd, hoeft niet te komen. Ik wil niet op de foto en ik wil niet in de krant. Oma wilde eigenlijk ook geen 100 worden. Vier Kerstmissen geleden al had ze gewenst dat het de laatste keer zou zijn, maar de wensen hadden niet geholpen. En nu waren er nieuwe wensen, van heel veel oude mensen.

Oma had het plezierig gevonden. Toen de verzamelde kerkgangers Onze Lieve Vrouw va-han Vlaa-haan’dren zongen, stak ze haar armen in de lucht. Daarna nam ze dozen met koekjes en een paternoster uit Scherpenheuvel in ontvangst. Ook de koning had een geschenk laten bezorgen, in casu een kader met een foto van zichzelf en zijn echtgenote. Oma vond het een raar gedacht, maar ze zei niets. En toen riep een verpleegster Hiep hiep hiep! Hoera! Er was niemand die van Lang zal ze leven durfde gebaren. Ik deed mijn ogen dicht en dacht: Nog één keer 25 jaar geleden, een dag op het einde van juni met gladiolen in de tuin en twee grote kersenbomen. Toen ik nog niet hoefde te werken.

Na school liepen mijn zus en ik naar het huis van oma. We moesten maar met de brievenbus klepperen of ze deed open. Je kon haar door het sleutelgat zien aankomen. Wie de klink niet op zijn kop wilde krijgen, moest zich haasten. Voor de rest waren de dagen traag en de kersen donkerrood. Oma moest altijd lachen als ik jungle zei tegen den hof. De grond was nat en rook naar munt. Langs de haag stond een struik met besjes. Die zagen er beter uit dan ze proefden, maar mijn zus en ik bleven hopen op beterschap. Tot oma zei dat we moesten stoppen, voor we buikpijn kregen.

Ze stuurde ons terug naar binnen, door de achterbouw van opa naar de keuken. Opa was al lang dood maar zijn kisten met nageltjes, glazen bokalen met geheime wetenschappen stonden nog op de vensterbank. Oma gaf ons pudding, bleke vanille met een beetje hagelslag. De dagen bleven duren en ‘s nachts droomden we over gekke dingen, zoveel tijd was er.
Toen ik mijn ogen opendeed, zag ik dat die van oma dicht waren. 100 worden doe je nu eenmaal niet tussen de soep en de patatten. Ik gaf haar een snelle zoen en vertrok gelijk een wilde terug naar Brussel.

(eerder verschenen in Vacature, samen met Klaas op de laatste bladzijde.)

3 gedachten over “100 jaar”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *