3000 tekens

”Kom dinsdag maar langs”, zei hij, “om tien uur. Dan is mijn vrouw naar de dansles.” Een week later duwde ik op de bel van een moderne flat op een Vlaamse Steenweg, een beetje bang. Ik vreesde langdradigheid. Tenslotte was de man een leraar op rust. Maar tegen de verwachting werd het toch gezellig. Zijn vrouw had een dienblad klaargezet met koekjes en een bloemetjesthermos. Ik bleef twee uur zitten. Ook al had ik maar plaats voor 3000 tekens. Het is niet veel. 3000 letters zijn rapper gezegd dan getypt, maar ik liet de man uitspreken, tot zijn vrouw terugkwam van de dansles.

Thuis zette ik me aan het alfabet om 3000 keer op een knopje te drukken. Ik heb daar lang geleden mijn beroep van gemaakt. Op sommige dagen weet niemand waarom. ‘s Avonds viel er een bericht binnen van de leraar met rust: “Beste mevrouw, er staan heel wat onjuistheden in uw verslag. Graag had ik u hierover meer informatie verstrekt, telefonisch. Kunt u me opbellen?” Ik nam de telefoon en belde. De man las de 3000 tekens één voor één voor. Het gesprek duurde 32 minuten tot 19.52. Kort samengevat was er een datum verkeerd. Ik paste alles aan, het jaartal en nog een paar dingetjes, om de man tevreden te stellen.

De volgende ochtend om 8.13 uur vond ik een nieuw bericht in mijn brievenbus. “Beste mevrouw”, stond er. “Na ons telefonisch contact van gisterenavond en de wijzigingen die u hebt aangebracht, had ik toch nog een paar bemerkingen. Gelieve in bijlage een juistere weergave te vinden van de realiteit.” Ik klikte op de paperclip en 3000 nieuwe tekens sprongen open, gestikt in eigen suf, opgebaard in lelijke zinnen. “Goddoeme, nu heeft die mens zélf een opstel geschreven!” Ik denderde de trap af naar de keuken. “Moet ge nu wat weten. Die leraar heeft mij erin geluisd. Het was helemaal niet gezellig met de koekjes en de thermosfles. Hij wil alles anders!”

Mijn spondeligger rolde met zijn ogen en ik ging terug naar mijn bureau. “Godmiljaar!” Ik bekeek de mail opnieuw. Bleek dat de leraar op rust de directeur van de school in CC had gezet. Voor de tweede keer stuikte ik de trappen af. “Moet ge nu wat weten! De leraar heeft de directeur van de school in CC gezet! In CC! Wat zijn dat voor lepe truken!” De spondeligger keek op uit de krant, zuchtte en las verder. “Ik heb het helemaal gehad met mijn beroep. 40 procent van de mensen heeft geen vertrouwen in de pers en de rest van de mensen heeft geen manieren. Precies of dit het eerste stuk is dat ik maak. Of ik de beunhaas ben! Ze mogen het allemaal houden, hun triljoen letters.”

Een slagader werd hard in mijn nek. Het was nog niet afgelopen. “Als dat zo zit, typ ik volgende keer gewoon: Abcdefghiklmnopqrstuvwxyz. Leg de letters nu zelf maar in de juiste volgorde. Ik ga me heroriënteren. Ik ga me omscholen. De natuur lijkt me wel wat, de hele dag buiten zijn. Eigenlijk wil ik in het bos werken. Hier hebt ge mijn perskaart. Sullen! Allemaal!” Daarop deed de spondeligger zijn mond open. “Typ er anders eerst een stukje over. Dat helpt altijd.” Kortom, hier staan 3000 tekens, beter getypt dan gezegd.

(eerder verschenen in Vacature Magazine, met een tekening van Klaas Verplancke)

7 gedachten over “3000 tekens”

  1. Wijze spondeligger! Colère aan ‘t klavier! Da’s ware levenskunst: frustraties transformeren tot iets waar ge nog een publiek mee aan ‘t lachen krijgt. (stuur die mens voortaan elke vacature voor freelane reporter door, en zeg dat hij maar moet solliciteren. Zo doe ik dat ook met mensen die mijn beroep benijden of denken dat het ze beter zouden kunnen)

  2. Fijn stukske. Goed voor een grote glimlach op een grijze dag. Merci.

  3. Inderdaad fijn stukje. En toch. Ik behoor tot de top van die 40 %. Elke dag moet er in zeven haasten een gazet gedrukt worden en je kan niet van alles expert zijn. Maar minstens moet je – als je dan ten rade gaat bij een expert – die correct kunnen citeren. En daar knelt heel vaak het schoentje. Ik vloek helaas vaak op journalisten, een enkele keer tot aan de rvdj toe. En ik hoef nochtans geen neurofysica uit te leggen … Al hakkel ik wel, en dat in combinatie met mompelen en gecamoufleerd Westvlaams. Ik moet dringend op dansles.

  4. Ja, een leraar hè. Die doet de hele dag niets anders dan anderen verbeteren, hij heeft altijd gelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *