Succes, jongens en meisjes

Succes is (hou het stil, het komt niet van mij) een gevaarte met vleugels van afgedankte luchtballonnen. Het stof is honderd keer verknipt en genaaid met zeeroverssteken die niet deugen. De scharnier in de linkeroksel kriept, hangt scheef, roert zich met een zieke knik. Het is hopeloos. Flappen is het woord. De hemel hoort je van ver aankomen, met gerammel en geknars. Succes heeft ook tandwielen die reutelen tussen trappen en vliegen. Ze vreten je regenjas op als je even niet oplet. En zolang de wielen draaien blijven ze vreten, tot je op bent. Dat is succes. Met een lederen zadel ook, het vel van een oud dier dat nooit heeft willen luisteren.

De pijn schiet je bij wijlen door de endeldarm naar binnen, maar je blijft zitten omdat je het wil halen. Op eigen kracht. Zélf. Met recht en reden. Je riemt je schoenen vast op de pedalen. Als het ene been trekt, pompt het andere. En andersom. Zo geraakt een mens ergens. Het heet hard werken en je best doen. En o wee als het kettingvet niet van je kuiten drupt. Dan heb je het niet goed gedaan. En o wee als je nog lucht over hebt voor praat! Succes hijgt! Succes slikt! Want je gelooft in de toekomst. De toekomst is wat je toekomt. Je moet alleen maar bewijzen dat je het verdient.

Dus je bijt door. Je veegt je bril af met speeksel en spant de elastieken achter je oren. Want de grote vlucht kan voor alle dagen zijn. Voorbereiding télt. En kansen pakken moet je. Je klemt je knokkels koud rond de knuppel en je houdt koers. Achteraan wiebelt een roer van niks. Het laat zich bedienen langs een rafeldraad vol knopen. Je snokt. Je vloekt. En je kart de verkeerde kant op. Het hoort erbij, maar het zal niet blijven duren. Het is succes voor iets. Neem anders nog een slok van je beslagen bidon. Hou in godsnaam vol. En als je een bobbel ziet, trap dan harder en laat je vleugels wieken. Flap, flap. Opgeven is een ander woord voor neerliggen, vod!

Ziet iedereen mij zitten met mijn blauwe plekken op mijn succes? Het bloed wordt hard onder mijn schil. De ribben van mijn vleugels zijn gespalkt met rommel. Maar ik vlieg. Ik maak gekke bochten alsof het zo hoort. Want ik opereer bij beroep. Succes is er niet voor de prutser. De mechanieken zijn geheim. Hou het stil. Het komt niet van mij, jongens en meisjes. Succes is een oude uitvinding om een mens aan de draai te houden.
Pssst. Sluit je mislukkingen op onder het podium. Doe je leugens op de waarheid lijken. En vang de premies. Succes heeft een foedraal voor een vlindernet. Het is een stok met geknevelde gaatjes. Want in het leven is het de leegte die belang heeft. Tenslotte hangt op de flank van je flappentrapper een koperen zinnetje van Charlotte Brontë (de zus van het mens van Wuthering Heights): It is a pity that doing one’s best doesn’t always answer.

Succes is geen gevaarte. Succes is licht. En succes is een ballonnetje. Want, nullen die zichzelf opblazen vliegen altijd het hoogst. Succes, jongens en meisjes, met de rest van de nieuwe werkweek.

(eerder verschenen in Vacature Magazine, met een foto van Annelie Vandendael)

 

4 gedachten over “Succes, jongens en meisjes”

  1. ik weet nu dat Vacature een wonderlijk magazine is / blij dat ik deze gift ontvangen heb! Wat een wilde veelomvattende poetische uitbarsting!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *