7721 faillissementen

De homo economicus weent niet. Nooit. 7721 keer medelijden hebben is trouwens sowieso overdreven. Zeker als je weet dat er onder die 7721 een hoop luilakken, bedliggers en voddenventen zitten. Om nog te zwijgen over de struikrovers die alleen maar failliet gaan om er zelf beter van te worden. Probeer anders maar eens geld te krijgen van een tent die sluit. Geld of iets anders. Witte was bijvoorbeeld.
Zo heb ik eens een lading onderlijven en twee donsovertrekken naar een wasserij gebracht die prompt ophield met bestaan. Bij vonnis van de tijdelijke eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel te Brussel, d.d. 18 december 2005, werd, op dagvaarding, het faillissement uitgesproken van Bleek BV. Van mijn vuile was ontbreekt sindsdien ieder spoor. Het is mijn eigen schuld. Ik durfde niet naar het Staatsblad bellen om de onderlijven en de overtrekken terug te vorderen.

Enfin, 2005 is lang geleden en vorig jaar hebben de rechtbanken in dit land 7721 nieuwe faillissementen uitgesproken, goed voor 7721 nieuwe mislukkingen en bijbehorende miserie. Het zijn er vlot meer dan twintig per dag, zon- en feestdagen inbegrepen. Los van de lamzakken en de prutsers die hebben gekregen wat ze verdienden, lijkt een beetje treurnis me daarom op zijn plaats.
In café’s die voorgoed gesloten zijn staat altijd nog een plant van de openingsreceptie op de verwarming. Aan één van de takjes hangt een goudkleurig kaartje dat zegt: Proficiat met de nieuwe zaak.
Ik begrijp niet dat er consumenten zijn die daar niets bij voelen. Dan wens je toch dat je er iets aan gedaan had. Dat je het eerder had geweten. Dat je er desnoods een paar Fanta’s en een reep fondant meer had besteld. Tenslotte heeft iemand wel tafels en stoelen gekozen voor het café. Een moeder heeft tafelkleedjes gestikt. Een hele kennissenkring heeft moeten nadenken over een geschikte naam. Goede bedoelingen ten spijt, het is allemaal mislukt. Bloemen zijn in de knop gebroken.

Laatst kwam ik onderweg naar het station voorbij een plantenzaak. In de etalage stond geen bloem meer recht. Aan de deur hing nog altijd een bordje met vakantie. Eerst leek het nog of het allerheiligenverlof uitbreiding had genomen. Maar op een wederopstanding in januari zit natuurlijk geen mens te meer wachten. De bloemenwinkel was om zeep. Ik vond het jammer. Vooral omdat ik er van mijn leven geen enkele bloembol had gekocht. En nu was het te laat.
Daarom dat ik tegenwoordig iedere ochtend uitruk om de krant te lezen in een pizzeria met faciliteiten. Gezellig is anders, maar iemand moet het doen. Eerst stond er een Arabische slager met een vleesrol op het raam geschilderd. Die was veranderd in een pizzabakker. Iemand had hem met een penseeltje langere armen gegeven. De vleesrol had een houten steel gekregen om pizza’s mee uit de oven de halen. De pizza’s zijn helaas niet te eten en dus beperk ik me tot koffie. 7721 faillissementen min één uitgestelde mislukking is het motto. Op basis van het medelijden van één scheve homo economicus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *