
De man gisteren tegenover mij in de trein, zat van Gent tot Dendermonde met een stukje papier te friemelen. Gij se stoefer, dacht ik. En daarom heb ik niet gevraagd welk beest hij aan het plooien was. Toen het klaar was zette hij het met een raar lachje tegenover mij. Ik heb er niet naar gebougeerd. Tot hij uitstapte en er een mevrouw met een roze jasje op zijn plaats ging zitten.


