Afgunst jegens huisdieren

Natte honden steken er natuurlijk met kop en schouders bovenuit. En kattenbakken zijn dikwijls sodom en gomorra’s met een plastieken afdakje. Maar verder stinken alle huisdieren een beetje. Daarom houd ik er niet van. Daarentegen benijd ik ze met hart en ziel. Omdat voor huisdieren alle dagen leuk zijn terwijl het de werkmens niet is gegund. Op het werk is het nooit alle dagen leuk. Op het werk is het alle dagen iets. Met de regelmaat van de klok moet je dingen doen die je eigenlijk niet wil. Een mens kan nu eenmaal niet alles hebben, zeggen de katholieken. Maar volgens mij dient het de lol van een ander. Niet dat het ooit troost biedt, zeker niet op ellendige werkdagen. Dan verlies ik mij liever in de totale afgunst jegens huisdieren.

Voortaan zijn huisdieren het nieuwe plezier. Ik heb er twee. Ze heten Ria Valk en Bomma. Als ik naar ze kijk, vergeet ik alles. Nog goed dat het bij wijlen regent, of ik lag alle dagen uitgestrekt op de pelouse te dromen. Over een leven gelijk dat van Ria Valk en Bomma. Zonder werk en zonder zorgen. Ria Valk en Bomma hebben geen enkele bekommernis. Ze wonen in een houten duplex van de Collishop, waar ze dagelijks fris water en een handje opfokkruimel aantreffen. Voorts houden ze zich ledig met kleine wandelingen in de tuin waarbij ze af en toe hun achterwaartse frommelvlees naar buiten stulpen om van kaklala te doen. Het is een nadeel waar de betrokkenen evenmin last van ondervinden. Ria Valk en Bomma doen maar op, wars van alle verantwoordelijkheid.

Ik zie het graag gebeuren. Vliegt er een ekster over  dan houden ze zich gedeisd gelijk twee snullen van soldaten. Verschijnt de buurvrouw per trampoline boven de schutting dan vinden ze dat de normaalste zaak van op aarde. Ria Valk en Bomma hebben een andere kijk op de wereld. Ze zitten achter vlinders aan. Ze stoken ruzie voor een regenworm. Ze rollen in het warme zand. Ze dabben in de mesthoop. Bomma paradeert soms met een helm van tomaat door het gras omdat ze te diep in het rode vlees heeft gepikt. Ria Valk probeert mij soms te bereiken en schiet daarbij met een slappe boog onder de hangmat door. Zelf vind ik zoiets nogal treurig. Heb je eindelijk vleugels, raak je nog nergens. Maar Ria schijnt er niet mee te zitten. Huisdieren zitten nooit ergens mee. Alle besognes zijn voor de mens op zijn werk. Ik weet mijn jaloezieën heus wel uit te kiezen.

Soms is de ijverzucht naar een huisdierenleven zo groot dat ik er jeuk van krijg. Mijn wangen gaan slap hangen. Er schiet iets door mijn keel. Klok klok. Mijn haar wordt dik en hoornig tot er alleen nog pennen en veren zijn. Mijn neus wordt hard en scherp. Idem voor mijn blik. Ik draai mijn kop met een snok 180 graden. Ria Valk en Bomma kijken me voor één keer met grote ogen aan. Daarna gaat de zon langzaam onder en dartelen wij over de loopplank naar onze houten studio. Daar vallen wij als drie gezusters zorgeloos in slaap. Tot de zon weer opkomt en een nieuwe dag begint. Olijk met stellige zekerheid. De werkmens hoeft er zich niet aan te verwachten. Het hoort er nu eenmaal bij, zeggen de katholieken. Alleen voor huisdieren zijn alle dagen leuk.

5 gedachten over “Afgunst jegens huisdieren”

  1. Bij nadere bestuderen denk ik dat dat geen gaatje is, maar een bosje schaamhaar.

    In de reeks “dingen van toen ik gelukkiger was toen ik die dingen nog niet wist”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *