Arme Veerle

Misschien had Veerle haar eigen tarieven. Of misschien liet Veerle zich betalen volgens de barema’s van de Bond van grote en jonge gezinnen, maar genoeg kan het nooit geweest zijn. Veerle was een sweatshop in haar eentje. Het was een geval van binnenstebuiten gedraaide kinderarbeid. Mijn zuster en ik waren bikkelharde klanten. Zonder fatsoen en met veel eisen. En zoals dat meestal gaat met moeders, had ook mijn moeder niks in de gaten. Er is geen liefde zo goedkoop als de liefde voor het eigen kind. Vraag maar aan de babysit.

Ik besterf het als ik ooit nog een keer oog in oog kom te staan met Veerle. Post datum zal ze wellicht niets meer laten blijken, maar dat maakt het alleen gevaarlijker. Mensen die zwijgen en er het hunne van denken, zijn over het algemeen zeer in de smiezen te houden.
In het bijzijn van Veerle maakt het niet uit welke beroepsernst ik mezelf heb aangemeten of welke reputatie ik heb bijeen getypt. Veerle weet waar ik vandaan kom. In de jaren ’80 is ze afgedaald naar mijn diepste ongemanierdheid. Voor een appel en ei, een zak chips en een liter cola.

De fles cola stond klaar op het salontafeltje. De zak chips lag ernaast. Mijn zus en ik hadden onze voorzorgen genomen. De babyfoon stond verdekt opgesteld achter de zetel. Zodra de deur dichtsloeg achter mijn ouders, begon voor Veerle de miserie. Ze kreeg niet eens de tijd voor één flinter chips of daar woei door de babyfoon: Veerle, breng de chips naar boven. En de cola ook. We gaan pastoorke spelen.

De procedure was simpel. In de badkamer werd Veerle gesommeerd om de peignoir van mijn vader aan te trekken. Niet bepaald een exempel van welriekend goed, maar dat was pech voor Veerle. Er was geen ander kazuifel. Mijn zus en ik namen als misdienaars genoegen met ons eigen nachtpon. Veerle moest voorlezen uit de kinderbijbel, en snel, want dat hele evangelie kon ons tamelijk worden gestolen. Mijn zus en ik waren in de eerste plaats geïnteresseerd in de communiegang.

Achter de rug van Veerle bereidden wij het lichaam en het bloed van Christus, in casu cola en chips. Mijn zus sloeg bij wijze van plechtige consecratie op het deksel van een pan, Veerle maakte op commando een kruisteken en de zelfverklaarde misdienaars gingen gulzig te communie.
We speelden pastoorke tot alles op was. Desnoods ging Veerle voor in vier eucharistievieringen achter elkaar. Soms werd Veerle er een beetje mistroostig van. Op zijn zachtst gezegd. Want ik ben ter bescherming van mijn cv niet bereid om álle strapatsen uit de doeken te doen.

Mocht arme Veerle Noël Vaessen-gewijs een boek over mij publiceren, ik zou er niet goed van zijn. En mijn zus ook niet. Een smet op onze loopbaan zou het zijn. Want het is een dwaling om te denken dat uw loopbaan pas begint als uw eindwerk klaar is of uw peer gestoofd. Let voortaan maar op voor uw eigen arme Veerle.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *