Behangpapier

behangpapier blok 11Ik staarde naar het behangpapier. Waar dient behang anders voor. Dit papier moet in geheugens hebben gebrand. Of lauwer, dit papier moet traag zijn weggelopen, zoals bloed uit een mens. Het was eigenaardig behangpapier, met een waterachtig motief en een bijgekalkt scheurtje. Het gebaarde van niets. Het deed alsof er nooit iets was gebeurd. Zonder adres zou dit smaakvolle wandbekleding zijn geweest, sober, met fijne sliertjes rood en blauw op een een roomkleurige achtergrond. Maar het hing in de gang van Blok 11 in Auschwitz.

Ik dacht aan het behang in mijn oude kamer. Daar hing geen behang. Of ik ben het vergeten. Misschien waren het beestjes of picknicktaferelen in het hoge gras of stempeltjes uit de jaren 70. Het is typisch. Geen geschiedenis houdt alle mogelijkheden open.
In mijn vroegste herinnering stond het raam open. Ik lag in een spijlenbed en ik hoorde hoe mijn moeder het koertje borstelde. Sjjj, sjjj, de harde haren op de betontegels. Het was zomer want de zon scheen nog, door het stof van de gordijnen. Ik denk vakjes in geel en groen. Er hing een stemming die zich niet laat omschrijven. Heerlijk zeker. Overgave misschien. EnVertrouwen, maar dan zo groot dat het in geen enkel woord past.

Ik heb nog herinneringen aan behangpapier. De zusters op de lagere school hadden dikke boeken met een handvat van leer, vol behangpapier. Daar kregen we allemaal een blad uit, om onze schriften te kaften. Rond mijn werkschrift van rekenen zat afwasbaar papier met roze bloemetjes. Als je er heel snel met je nagel overheen ging, werd je vinger warm.
Het waren zorgeloze tijden. Het rook naar 1000 keer gestekte geraniums in de klas. En als de sirene loeide bij de brandweer jankte altijd dezelfde hond mee. Ik zou geld geven voor nog één keer het behang van zuster directrice en het bijbehorende geloof dat mij nooit wat zou overkomen.

Later, toen ik een huis kocht en behangpapier van de muur moest trekken, voelde ik me een ontdekkingsreiziger. Ik stak een plamuurmes tussen de smaak van eerdere bewoners en nieuwe werelddelen kwamen tevoorschijn, landen met grillige kustlijnen waar ik uiteraard de koningin werd.
Behangpapier is bedoeld om op de verbeelding te werken. Daarom sta ik graag stil bij sloopwerken. Kamers die weg zijn, hebben altijd nog behang. Papieren vierkanten in roze en groen en de driehoek onder de trap doen je twijfelen aan hoe het allemaal moet aflopen. Als mijn huis ooit tegen de vlakte gaat, zal de hele buurt het wit zien, met de vieze vlek vlek van waar ik altijd lag.

Ik boog mijn hoofd dichter bij het behangpapier en voelde eraan. Het voelde gewoon, zoals behang altijd voelt. Ik probeerde te denken aan de mensen die in de gang van Blok 11 zaten te wachten. Het ging niet. Het waren er teveel. Ze zaten ook in piepkleine hokken in de kelder, tot ze vanzelf doodgingen. De laatste kleuren die ze zagen dreven rond in deze waterverf. Ze droogden op in dit lelijke korstje van ongepaste tederheid. Ik staarde naar het behangpapier. Waar dient behang anders voor.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *