Bomma, aangenaam

Ergens in dit land op de derde verdieping ligt een gang met houten deuren, burelen en belletjes. De duwer krijgt na het bellen drie mogelijke menu’s voorgeschoteld. 1. Er gebeurt niets: de burgemeester is afwezig of doet alsof. 2. Het rode lampje gaat aan: de burgemeester is met andere dingen bezig. 3. Het groene lampje gaat aan: de burgemeester heeft tijd en zin.
Het is niet moeilijk, maar het kan nog simpeler, bijvoorbeeld in het bureel schuin tegenover dat van de burgermeester. Daar heeft het belletje voor altijd keelontsteking. Daar zijn de lampjes uit hun fitting gedraaid.

Wie op bezoek wil bij het diensthoofd moet het stellen met twee mogelijkheden. Als de deur openstaat, is het diensthoofd weg. Als de deur op slot is, zit het diensthoofd binnen, waarschijnlijk in gezelschap. En dat komt allemaal door de grootmoeder van het diensthoofd: Bomma.
Bomma kan nochtans van geen slechte bedoelingen worden verdacht. Maar door de schuld van Bomma liepen de dingen toch verkeerd. Ze snapte er niks van en maakte het daarmee alleen maar erger.

Bomma was niet goed voor het professionalisme van het diensthoofd. Ongewild of niet, ze sloeg zijn hele beroepsernst vakkundig aan diggelen. Professioneel is nu eenmaal een woord waar bomma’s geen boodschap aan hebben, zeker niet waar het haar kleinkinderen betreft. Voor de meeste bomma’s is fier het belangrijkste woord. Trots is alles wat telt in de wereld van bomma’s. Onze Koen heeft een heel schoon job, vertelde Bomma tegen Jan en alleman. Op de ladder staat Onze Koen juist onder de burgemeester! En zijn bureel is er schuin tegenover!

Bomma kon het weten want bomma was er geweest. Op een donderdag, met de lift tot op het derde. Aan de deur schuin tegenover  de burgemeester werd het lampje groen, Bomma ging naar binnen. Onze Koen had koffie laten brengen. Bomma  had een kwartier aan zijn bureau
gezeten,  jas nog aan,  handtas op schoot. Daarna was ze terug naar huis vertrokken. Onze Koen had niet veel tijd.
Desondanks vond Bomma het  heel gezellig. En dus breide Bomma weldra een vervolg aan het eerste bezoek. Iedere donderdag verscheen ze op de derde verdieping. Steeds vrijpostiger. Ze wachtte het lampje niet meer af. Ze klopte en ze ging binnen. Tot het de laatste keer was.

Bomma liep door de gang met haar pots van nerts, klopte op de deur en ging naar binnen. Daar zat het diensthoofd met een dozijn onderdanen rond de vergadertafel. Onze Koen keek kwaad. Maar Bomma was zich van geen kwaad bewust. Bomma, zei ze, aangenaam. En parmantig stapte ze rond de tafel om alle ambtenaren een hand te geven. Daarna nam ze een stoel en wachtte op koffie. Het diensthoofd durfde niets zeggen. Toch zeker niet met zoveel mensen erbij. Maar daags nadien werden ergens in dit land één belletje en twee lampjes onklaar gemaakt. Voortaan doet Onze Koen de deur op slot als hij er is. Voor Bomma en om het aangenaam te houden.

(heb het zelf nog niet zien staan in Vacature, wegens brievenbus leeg, maar de tekening van Klaas al wel en die komt deze week met een echte vleeskleurige rits)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *