Bon ton

Ping pong. Wegens een personenongeval heeft de IC-trein van 17.30 richting Sint-Niklaas een vertraging van vermoedelijk 45 minuten. Gelieve ons te verontschuldigen. Twee zinnen ritselen door de luidsprekers van Brussel Noord en dwarrelen dood neer op het perron. De pendelaars stampen met hun voetje. Ze rollen met hun ogen. Ze laten hun boekentas los. En voor één keer zoeken ze oogcontact met elkaar om de verontwaardiging te delen. Miserie, mevrouw, mijnheer, het brengt de mensen nader tot elkaar.

Als ze een uur later instappen zijn ze nog kwaad. Vooral als de kaartjesknipper het lef heeft om hun vervoersbewijs te vragen. Wie heeft er hier eigenlijk iets te bewijzen, dat is de vraag. Het is godmiljaar altijd hetzelfde met de NMBS, zegt iemand. De kaartjesknipper antwoordt dat er een personenongeval is gebeurd in Liedekerke. Dat niemand er iets aan kan doen. Maar de man laat zich niet troosten. Hij is deze week nog geen enkele week op tijd thuis geweest. De vrouw tegenover hem knikt. Het is nog maar donderdag en ik heb al drie keer mijn schoonmoeder moeten bellen om mijn kinderen te gaan halen in de opvang.

Tegelijkertijd heffen ene Jos en Marleen van Funerarium Verbeeck een zwarte zak in hun Mercedes Vito. Drie gele mannetjes hameren in het donker op de sporen. Een treinbestuurder staart naar de rommel in de berm. Twee hulpagenten zijn op weg naar een kleine villa uit de jaren 60. De bel is een melodietje uit de Brico. Een moeder vraagt zich af of haar zoon de sleutel weer nergens kan vinden. Maar hij is dood. Hij stond te wenen op het spoor, zag twee koplampen dichterbij komen, hoorde een piepend mengsel van remmen en claxon. Het is de tijd van het jaar. Bij de NMBS zijn het er drie per week. Maar daar gaat het niet om. Het is de bon ton op het perron en in de kranten. Het gaat maar door en door. Klinkt helemaal anders dan een trein die staal op staal probeert te stoppen.

Ping pong. De automaten werken niet. De treinbegeleiders hebben geen manieren. Wat ze thuis niet bewezen krijgen, zetten ze recht in de trein. Hun verontschuldigingen deugen niet. Ze hebben zelfs de puf niet meer om te doen alsof ze het menen. Er hangt wangvet op het vensterglas. Het stinkt op het toilet. Oh wat doet het deugd om door te drukken terwijl de trein stilstaat in een station. Het zal ze leren, die van de NMBS. Als ze niet staken, zijn ze te laat en als ze op tijd zijn, hebben we geluk gehad. Met professionaliteit heeft het precies nooit iets te maken. Zo gaat de bon ton.

Niet dat ik van de vakbond ben. Of de vakbond genegen ben. Rudy De Leeuw is mijn heiland niet. En de aureool van Luc Cortebeeck kringelt alleen geschoren over zijn wangen. Het leven is een lelijke pap van vanalles wat, maar zij willen mij doen geloven dat goed en kwaad bestaat. Als er een bon ton bestaat voor de reiziger dan bestaat er ook een bon ton voor de werknemers van de nmbs. Terwijl ik soms alleen maar een trein hoor die uit alle macht moet remmen, en daarna het melodietje van een moeder die denkt dat haar zoon zijn sleutels heeft vergeten. Ping pong.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

6 gedachten over “Bon ton”

  1. post gelezen terwijl de muziek van de vorige opstaat
    kwestie van de dag dubbel depressief te beginnen

  2. tante is een empatisch mens. Zo ken ik er nog een stuk of drie. Maar die worden tegenwoordig niet meer geapprecieerd. Ze worden overreden door egocentrische egoïsten die dit tranendal tegenwoordig overbevolken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *