Brief uit het zuiden

Cari amici,

Dit is een brief uit het zuiden. Ik ben zeven dagen op logement in Calabrië, in de voet van Italië. Ik schrijf met een balpen in de vorm van een rode peper, recht uit een toeristisch stalletje. De zon schijnt op de Piazza della Repubblica in Pizzo, een charmant dorpje in de baai van Sant’ Eufemia. Of het paasvakantie is misschien! Links staat een burcht waar de zus van Napoleon nog in heeft gewoond. Beneden blinkt de zee. En de marmeren snor van Umberto I is zo dik als twee gulzige rupsen. IJs is hier de specialiteit. Gelati hier en tartufo daar. Dat mensen hier ooit zijn vertrokken om in Waterschei in een barak te gaan zitten, vind ik raar. Nu ja, toeristen vinden alles raar en alles wonderlijk. Zo lopen ze ook door de straten, als enige met een korte broek. Echte Calabrezen hebben nog meer dan tijd genoeg om hun winterjas uit te doen.

Maar voor de rest gaat het hier gewoon weer over werk gelijk iedere week. Gisteren ben ik namelijk over de bergen naar Serra San Bruno gezigzagd. De rode Panda met de vrouw die koppijn kreeg in de bochten, dat was ik. Omdat ik per se naar Serra San Bruno wilde. In de bossen van Serra San Bruno ligt immers een karthuizerklooster en in dat klooster woont ene padre Antonio. Of woonde. Want of hij nog leeft weet niemand. In ieder geval, die padre Antonio was vroeger Leroy Lehman, sergeant bij het Amerikaanse leger. Op 6 augustus 1945 vloog hij over Hiroshima om te kijken waar de bom het best kon vallen. Daar, zei de sergeant en Little Boy viel op het hoofd van honderdduizenden mensen. Na de oorlog ging sergeant Lehman het klooster in. Drie keer raden waarom. Omdat hij zijn werk deed. Omdat hij luisterde. En omdat hij orders uitvoerde. Daarom. En daarom wilde ik graag een keer rond dat klooster wandelen, om na te denken over hoe slim het is om altijd ja en amen te knikken op het werk.

Het geval van padre Antonio is uiteraard geen gewoon geval. De meesten onder ons zitten met een veel sulliger takenpakket opgescheept. Anekdotisch is het woord. Ons werk heeft nauwelijks invloed op de mensheid. Goddank. Het is een hele geruststelling om te weten dat de meeste collega’s maar wat in de marge punniken. Ook al zijn ze totaal incompetent en boosaardig, dan nog maken ze nauwelijks een verschil. En al helemaal niet zolang de zon schijnt op de Piazza della Repubblica in Pizzo. Blijft over: de gehoorzaamheid van de werknemer, het hoogste goed op de arbeidsmarkt. Kom op tijd en doe wat ze vragen. Ik zat op een bank tegen de muur van het klooster in Serra San Bruno en ik dacht: Nee. Niet zomaar. De baas heeft niet altijd gelijk. Maar soms is het beter om te zwijgen, voor het gemak, de carrière en de premie. Ook al weten we dat het geen goed plan is. Gehoorzaamheid loont. Kritiek laat zich betalen. En sergeant Lehman zijn we allemaal een beetje. Behalve natuurlijk de zageventen en de zagezusters die altijd commentaar hebben en in dien verstande gelukkig ook weinig carrière maken. Enfin, hier nog altijd Pizzo in de zon. Ik moet dringend aan mijn ijsje likken.

Ciao a tutti,

Anna

(eerder verschenen in Vacature Magazine, met een tekening van Klaas Verplancke)

Een gedachte over “Brief uit het zuiden”

  1. Heerlijk verhaal, tante. Ben fan van je schrijfsels. Leuk stuk over personal branding ook in DS Magazine, Olga-nog-aan-toe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *