Heden rommelt gij in de archieven van "Columns in De Standaard"

Ergens in de jaren 80, op de zeedijk van Oostduinkerke, Residentie Noordhinder, vierde verdieping, daar hing een rode vlag uit het raam. Het was geen kwestie van politiek. En niemand had zijn maandstonden. Het was een Santens, lang geleden een inlands handdoekenmerk. Die handdoek is een herinnering aan het lef dat we hadden. Die handdoek was een baken van de vrijheid die we konden verdragen. Maar de tijd is voorbij. Het vertrouwen is weg. De branie is zoek. En daarmee is het vrije leven afgeschaft. Zo raar is dat niet. Om vrij te zijn moet je durven.

lees meer »

 

Och ja, dat er geen komma staat, wat maakt het uit. Alleen een kloot met een bril uit het onderwijs die erom maalt. Van vandalen moet je nu eenmaal niet verwachten dat ze aan interpunctie doen. En dat het vandalisme is, lijdt geen twijfel. Vernieling van openbaar goed, dat is het, onder de brug van de E314 in Wilsele. Tobback moest het zien! Het rode alfabet ten spijt, de pleger des zou het zich danig beklagen. Want Tobback laat zich niet door gekkigheid charmeren. Volgens mij wil die zelfs geen sokken met een biesje. In ieder geval, zijn brug is om zeep. Zijn beton werd belachelijk gemaakt. Maar wat er staat is nog erger.

lees meer »

 

“Ik ben uw vriend niet. Ik ben uw tante”, zei ik. “Dat is wat anders. Daarom ga ik niet op het muurtje klimmen om mij door het struikgewas naar binnen te wringen. Ik ga gelijk fatsoenlijke mensen naar de speeltuin, langs het paadje.” Toen het zussenkind en ik uiteindelijk in de speeltuin waren, wilde ik alleen maar op een ressortbeestje zitten. Poink poink. Ik verbaas mij altijd over de spanning van die springveren. Overcapaciteit is het. Volgens mij kraken de beestjes eerder dan hun veren. Heus waar, er zal een dag komen dat ik met zo’n beestje tussen mijn knieën tussen de boomsnippers lig, omdat ik de force van het beestje heb overschat.

lees meer »