Heden rommelt gij in de archieven van "Columns in De Standaard Magazine"

Ik heb mij ingeschreven voor een vogelcursus, tien lessen, tien excursies en officiële waarnemingen. Zo, het hoge woord is eruit. Ik wil een vogelaar zijn. En dat iedereen me zijn dubbelzinnigheden bespaart. Ik heb het allemaal al 100 keer gehoord. Of ik een lievelingsvogel heb? En of ik weet hoe de negerpiemelaar doet? Piet, piet, piet. Hahaha. Mocht er nog iemand zijn die meent dat het lollig is, nee, het is niet lollig. Het is vermoeiend, dat is wat anders. Trouwens, vogelaars doen niet aan woordspelingen.

lees meer »

 

‘Zolang ge maar niet begint te denken dat ge kunt vliegen kan het mij allemaal niet schelen.’ Dat was het. Daarna verdween hij weer, kwansuis alsof er niets was gebeurd. Ik bleef bedremmeld in de badkamer achter, met alleen een kousenbroek aan, en over die kousenbroek een onderbroek. Net toen de inhuizige tegenpartij binnenviel. Ik weet niet wat hij moest hebben eigenlijk. Iets stoms wellicht. En wat hij hierboven zei was ook stom. Slecht voor het zelfvertrouwen bovendien. Ironie werkt zelden als er blote tieten mee zijn gemoeid. Het was een lelijke betrapping en een onnozele opmerking. Verder geen kwaad woord over de truc met de kousenbroek en de onderbroek. Ik zal de truc met u delen. Tenslotte is het met kousenbroeken altijd wat.

lees meer »

 

Kent u de stress van Bob? Althans de stress van Bob zonder veel principes. Volg volgende gedachtengang en krijg het mee op uw zenuwen.
-Pfft, dat feestje. Ik heb er nu al geen zin in. Als ik toch niet mag drinken.
-Stomme moppen, zul je zien. Met mijn verstand op maximum vind ik iedereen onnozel vanaf tien uur.
-Waarna ik om elf uur naar huis wil. Ze gaan vinden dat ik oud geworden ben.
-Lap, nu ben ik toch aan het drinken. Terwijl ik nog naar huis moet. Met de auto. Zelf.

lees meer »