Pagina 102

Pagina 102. Zo liet een vogelvriend weten. De bladzijde werd mij met enig leedvermaak aangeraden. Hij had het héle boek gelezen, al die andere bladzijden ook. Hij leest blijkbaar veel, ook van leugenaars, halve leugenaars of  lamentabele lieden die aldoor van Jeeremiejee en Jeeremiejee typen. Heb ik de puf niet voor. Ik verspil mijn tijd liever zélf, bijvoorbeeld door met mijn ogen dicht onder een deken te liggen.

Maar goed, pagina 102. Ik met de bus naar de stad om die bladzijde op te zoeken in de boekhandel. Eerst koffie gedronken en taart gegeten, daarna voor het tafeltje met boeken over de natuur gaan staan. We waren met zijn tweeën op de ergernis voorbereid. “Pagina 102”, zei ik. We namen allebei een boek van de stapel Natuurdagboeken van Dirk Draulans. Goed boek, had de informant nog laten weten, maar pagina 102 is een vergif. Dat die Dirk Draulans toch altijd alles zo moet verkloten.

Mijn gezelschap was eerst. Ze had de zin gevonden. Ze wees met haar vinger en ik las hem ook. We keken elkaar aan en we lachten minzaam. Die Dirk Draulans toch. Daarna vergaten we pagina 102, dronken nog een koffie en aten een praline. Maar toen ik in de bus terug naar huis zat, was pagina 102 terug. Mijn gedachten zijn nu eenmaal niet zo elegant als die van mijn vriendin. Bovendien ben ik een vogelaar. Ik ga soms mee met de vogelbus om naar vogels te kijken. Pagina 102 ging over mij. Of nee, pagina 102 had over mij kunnen gaan, als ik nu maar meer geloofde in de kracht van literatuur.

Pagina 102 ging over Dirk Draulans. Hoe de zinnetjes precies gingen was ik vergeten. Ik durfde ze ook niet over te schrijven in de boekwinkel. Het boek kostte 22,50 euro. Om het bedrag uit te sparen moest ik genoegen nemen met mijn geheugen. Ik parafraseer daarom. Dirk Draulans zou graag eens rollebollen met een vogelmeisje. Maar vogelmeisjes zijn zeldzaam. Daarenboven is hun voorkomen zelden geschikt voor het kaftje van een erotisch maandblad.

Natuurlijk ben ik geen geschikte partij voor Dirk Draulans. Of ik nu een vogelmeisje ben of niet. Te oud of niet, én kleine tetjes heb. Dirk Draulans is simpelweg niet aantrekkelijk, op velerlei manieren niet.

Maar ik zat in de bus naar huis, met de herinnering aan pagina 102 en ineens sloeg de verbeelding toe. Hoe zou Dirk Draulans aan vogelkunde doen? Hoe zou hij in de vogelbus zitten? Hoe zou hij in het nat van november naar een klapekster kijken? Mijn fantasie gebood: zonder waterdichte broek, met zijn billen ingevet, zijn haar geföhnd en zijn geslacht hard, geen paginaatje maar een centerfold waardig.

Ik kan u zeggen dat het een uitzonderlijk lelijk visioen was. Vogelaars zijn goddank niet sexy, ze willen het ook niet zijn. Ze willen vogels zien en ’s middags ergens hun boterhammen kunnen opeten. Er is namelijk vogelen en vogelen, en het één heeft geen uitstaans met het ander. Behalve voor Dirk Draulans. Die slaapt waarschijnlijk al een hele poos alleen, onder een dekbed met een buizerd erop. Mijn vogelvriend had gelijk. Ik had pagina 102 niet willen missen. Tot zover pagina 37.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)