De vrienden van Jules

Stress heeft sinds kort een nieuw kwaliteitslabel, zelfklevend op de carrosserie van een monovolume. In de koffer zitten boodschappen. Op de achterbank staan twee kinderstoelen plus een kussentje. Drie kindertjes pellen boerderijdieren van het vensterraam. Aan het stuur zit een wilde, overwerkte moeder. Ze rijdt door een plas en bijna sterf ik op de parking van de Delhaize. De dood is vlakbij, maar het gezelschap kijkt op noch om. Ze draaien met snerpend rubber de steenweg op. Het laatste wat ik zie is een sticker op de achterruit. ‘De vrienden van Jules’ staat erop.

Ik weet wie Jules is. Jules is educatief materiaal uit de kleuterklas. Jules heeft acht nylon haren en een koffertje met een pyjama. Want Jules logeert ieder weekend in een ander huishouden. Geen moeder die er vrolijk van wordt. Want Jules is bepaald niet zelfredzaam. Jules kan in de wasmachine op 30 graden en verder kan hij niets. Jules is een beproeving. Jules is meedogenloos. Precies of de dagen van een werkende moeder nog nog niet vol genoeg zitten.

De hele week moet zij draven op overal op tijd te komen. Op school, op het werk, op de vergadering, bij de klant en terug op school. En daarna komt het gedoe thuis. Want kinderen hebben structuur nodig. Bouletten om zes, Bassie en Adriaan om twintig over, tanden poetsen om kwart voor, rolluik naar beneden om zeven. Daarna laadt moeder de vaatwasser vol, draait ze nog een kookprogramma onderbroeken en valt in slaap terwijl Thuis nog niet gedaan is. En op vrijdag, als de week eindelijk is geleden, zijn daar drie koortsige kleuters én Jules, die van zaterdagochtend tot zondagavond ook stopjes en Perdolan moet hebben. Ook al heeft hij slok- noch endeldarm en zit zijn lijf vol moes.

Moeder speelt het spel mee met een zucht en steekt Jules een thermometer onder de arm. Daarna neemt ze een foto. In het koffertje van Jules zit namelijk niet alleen een pyjama. Jules gaat nergens heen zonder zijn dagboek. Het dagboek moet worden aangevuld, voor maandag. Het is een bron van ergernis en geldingsdrang. Want iedereen wil scoren in het dagboek van Jules. Moeders troeven elkaar af en stoken elkaar op. Er worden rekeningen vereffend in dat schrift, tussen moeders aan de schoolpoort en tussen moeders, stiefmoeders, schoonmoeders en alleenstaande vaders.

Het zijn de Vrienden van Jules die zondagavond ver na middernacht nog in de weer zijn met het dagboek van Jules. Ze vatten een gezellig weekend samen in zeventien bladzijden schoonschrift. De printer zoemt. Een overwerkte moeder zoekt lijm tussen de rommel. Ze graaft in lades en hopen tot ze een flesje oude knutsellijm vindt, wit, stinkend en lopend. Ze weet niet wat schrijven. Haar hoofd zit vol andere gedachten, waarna ze beslist om de foto’s van Jules woordenloos in het schrift te plakken. Daarna gaat ze slapen, zich van geen kwaad bewust. Tot maandagochtend het dagboek van Jules kromgetrokken op de vensterbank ligt. De lijm en de verwarming hebben hun werk gedaan.

‘s Avonds veroorzaken De vrienden van Jules bijna een ongeluk op de parking van de supermarkt. Stress heeft sinds kort een nieuw kwaliteitslabel.

(Eerder verschenen in Vacature Magazine, met een tekening van Klaas Verplancke)

2 gedachten over “De vrienden van Jules”

  1. bij ons was het een eendje met een gat in waar ge uw hand kunt insteken… en het kwam met een poppenmaxi-cosi (veiligheid voor alles)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *