Re, sol, sol, si, sol, sol

Re, sol, sol, si, sol, sol, si, la, la, si, la, sol. Dit zijn de muzieknoten van Te Lourdes op de bergen verscheen in een grot. En nog eens: Re, sol, sol, si, sol, sol, si, la, la, si, la, sol. Vol licht en vol luister, de moeder van god. Ik zal u de noten besparen van Ave, ave, ave Maria. Voor Annemie Struyf ons allemáál wil komen bevragen over onze devotie. Trouwens, zo devoot ben ik niet. Er zijn mij voorlopig te weinig mirakels te beurt gevallen. Ik ken alleen de noten van Te Lourdes op de bergen. Die kon ik vroeger spelen op de piano van oma. Die had de toetsen van een geslachte olifant en een kap in de klep van het bombardement. Natuurlijk was mijn melodietje vals. Dan riep oma vanuit haar zetel dat het zo wel genoeg was geweest.

Re, sol, sol, si, sol, sol, si, la, la, si, la, sol. Verder ben ik nooit geraakt. Het is de grootste spijt van mijn leven. Of toch bijna. Als er iets is wat ik zou willen kunnen dan is het pianospelen. Hoe heerlijk moet het zijn om je eigen kalmte bij elkaar te pingelen, op een avond met de verwarming op vier. Of ‘s morgens bij licht dat nog koud is, zo nieuw, met dauwdruppels die voor altijd in glas veranderen. Want zo klinkt een piano toch? Als het gerinkel van kristallen belletjes. Behalve misschien als ík me nog eens aan de re, sol, sol, si, sol, sol waag. Want boven, op het kleinste kamer onder het dak staat mijn orgeltje. Het is een muziekdoos van vroeger waar een heel orkest in ligt te slapen. De koster kan re, sol, sol blazen op de dikste pijpen van het oksaal. De zus van Berdien Stenberg spuwt re, sol, sol in haar dwarsfluit. En een mooie weduwnaar treurt re, sol, sol met een cello tussen zijn dijen.

Het is wachten op een wonder. Ik wil échte piano én pianolessen, in de woonkamer. Maar iedere keer als ik erover begin, zegt de spondeligger: Oefen eerst maar wat op uw orgeltje. Dat heb ik gedaan. Ik heb een boek gekocht met tien beginnerslessen en een cd. Iedere avond heb ik met twee handen geoefend op mijn orgeltje, onverdroten met maar de helft van de toetsen en slechts in het gezelschap van twee pmd-zakken vol gedemodeerde schoenen. Zo’n kamertje was het waar ik mijn talenten moest ontdekken! Maar ik hield vol en uiteindelijk bereikte ik Oh when the saints. Honderden vrolijke noten dansten de trappen af, maar de spondeligger hield zijn poot stijf. Ik kreeg geen piano. En inmiddels ben ik terug bij af.

Re, sol, sol, si, sol, sol, si, la, la, si, la sol. Het is opnieuw van dattum. Want de noten van Oh when the saints ben ik kwijt. Na de zesde les kwam namelijk de zevende les, de eerste les mét pedalen. Terwijl mijn orgeltje geen pedalen heeft! Kortom, ik heb alle oefeningen gestaakt om praktische redenen. Alleen heel soms klim ik nog eens naar het kleinste kamertje. Dan zing ik zachtjes bij de deur: Re, sol, sol, si, sol, sol, si, la, la, si, la, sol, in de hoop dat moeder Maria mij pedalen zal geven. Helaas. Anders moeten we het eens samen proberen? Komaan! Allemaal! Re, sol, sol, si, sol, sol, si, la, la, si, la sol. Ik zal u op de hoogte houden.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

3 gedachten over “Re, sol, sol, si, sol, sol”

  1. Ik ken het gevoel … hoe fijn zou het niet zijn om in een heel ruime kamer Nothing rymed of pakweg Imagine te kunnen spelen, terwijl een of andere spondeligger de witte gordijnen openschuift (op de wijze van Yoko)en het ochtendlicht binnenlaat?! Maar op mijn leeftijd is dat niet meer aan te leren, zeker niet sinds de rechter middelvinger uit de kom geweest is en nooit meer de oude wordt, en de linker pink permanent voos is door een of ander mankement in de zenuwbanen. Voor u, tante, vrees ik hetzelfde, niettegenstaande uw vingers wellicht nog in goede staat zijn. Het zou natuurlijk kunnen dat ge wel talent hebt, maar nog héél veel moet oefenen (dat heb ik gepikt uit een of andere column over ramen lappen).
    Of misschien moeten we samen eens naar Lourdes, om een mirakel af te dwingen?

  2. De oplossing is nochtans simpel. Je kruipt ‘s nachts een beetje dichter in de sponde, enkele – gewoonlijk negen – maanden later is er een klein ukje, en nog eens acht jaar later wil dat mensje een hobby. Je taxiet heen en weer en in plaats van te wachten op je bakfiets, ga je gewoon mee naar de muziekacademie en hoera: je speelt het vervolg van al je droompartituren!

  3. Ach, weer zo mooi geschreven! Vol heimwee denk ik nu aan de tijd dat mijn moemoe welwillend toekeek en luisterde hoe ik eindeloos probeerde Doe een stille wens als je een ster ziet vallen en Broeder Jacob te spelen én te zingen.Een grootse carrière op de planken stond me voor ogen, het is nooit wat geworden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *