Dat arme mens

Zij stond op haar verkiezingsblaadje met een cameltoe en ik dacht: Dat arme mens. Niemand heeft het goed met haar voor. De ploeg niet. De partij niet. En de drukker niet. Zij wordt waarlijk slecht omringd. Anders had iemand haar wel gewaarschuwd. Vrouw, let op. Je staat met een cameltoe op de foto. Doe het niet. Verzin wat anders. Maar er was niemand. Geen vertrouweling. Zelfs niet in eigen huishouden. Niemand had iets gezegd. Zij stond 1000 keer met de naad naar voren te kijk.

Sterker nog is dat zij verkozen raakte met die cameltoe! Ik kan mij het geroezemoes al voorstellen op de eerste gemeenteraad. Ook al draagt zij die dag misschien een rok en zal niemand haar cameltoe kunnen zien, iedereen zal zich hem herinneren. Zoveel folders, zoveel cameltoes. Zoiets vergeet je niet in één, twee, drie. Ik toch niet. Maar misschien ligt het aan mij. Tenslotte zijn vrouwen met een cameltoes geen zeldzaamheid. Ze zitten op de bus. Ze brengen groene briefjes naar de ziekenkas. Ze nemen de lift. Ze staan in de gang met elkaar te praten. Ze zwaaien de plak. Ze hebben niets met elkaar gemeen, behalve hun cameltoe en een gezicht dat zegt: Wat cameltoe?

Ik weet het wel, ik mag zo kritisch niet zijn over een vrouw in de politiek. Zij heeft het zo al moeilijk genoeg. Bovendien worden vrouwen veel te dikwijls op hun fysiek gekeurd. Onlangs nog op televisie, toen het over tieten ging. Daar is namelijk een boek over verschenen. De presentator excuseerde zich haast hondjesachtig bij de kijker. De redactie had geen enkele politica bereid gevonden om iets te zeggen over de boezem, niet over haar boezem, niet over andermans boezem en niet over de boezem in het algemeen. Hoe raar was dat!

Ik moest meteen aan de piemel van Johan Vande Lanotte denken. Hij zat er zelf trouwens ook aan te denken. Tenslotte zat hij mee aan tafel. Hij zei niet veel, maar luisterde vol overgave. En hoe hij keek! Met die gekke oogjes van hem! Nee, dacht ik, laat hem nu niet spreken. Zwijg! Niemand wil het weten! Laat ons alstublieft nog wat libido over! Maar ik hoefde niet te vrezen. Heren politici worden zelden naar hun mening gevraagd omtrent deze of gene geslachtskenmerken. Zij hebben geen lijf, zij hebben alleen slimme gedachten. Behalve Elio Di Rupo, die heeft ook een zwembroek. Met een touwtje! Maar soit, het ging over de cameltoe en over hoe zij met die van haar op haar verkiezingsblaadje stond.

Ach wat, sprak een licht boosaardige vriendin van mij. Wat weet zij nu over cameltoes! Daarop heb ik de zaak aan mijn moeder voorgelegd. In nood is mijn moeder de maat van mijn gemiddelde. Ik belde haar die ochtend nog op.
-Mama, weet jij wat een cameltoe is?
-Wat?
-Een cameltoe, Engels voor kamelenteen.
-Moet je daarvoor naar de pedicure?
-Nee. Een cameltoe is (Hoe legt een kind zoiets op schappelijke wijze uit aan zijn ouder!) als je je broek te hoog optrekt en het stof kruipt ertussen. Vooraan!
-Aah!
Maar zo’n telefoontje had de vrouw van het blaadje dus niet gekregen. Van niemand. En dus stond zij met een cameltoe op de foto. Dat arme mens!

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

3 gedachten over “Dat arme mens”

  1. Een cameltoe is een BIR maar dan vanvoor, een BIF dus (Broek in Foef), vervelend maar dat was uw tekst allesbehalve, zoals steeds heb ik genoten vanaf zin 1.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *