Dat valse mens

In de Inno werkt een juffrouw, op de de afdeling cosmetica. Pas daarvoor op. Mijd oogcontact. Doe alsof je voor wat anders komt. Maak dat je zo snel mogelijk op de roltrap staat. Alleen daar kun je haar monsteren, haar desgewenst een arrogante blik toewerpen. Ze heeft een witte labojas aan. En haar haar is nucleair geföhnd, gebetonneerd voor de eeuwigheid. Maar het allerbelangrijkste is dat de juffrouw op opleiding is geweest, speciaal om ons erin te luizen op moeilijke dagen. Ik kan het weten want mij heeft ze al te pakken gehad.

Bij mij zit de elegantie er namelijk niet van jongs af aan ingebakken. Ik was een meisje dat in de bomen hing. En ik kreeg geen schminkpop van mijn moeder. Ook staartjes waren niet aan de orde. “Als je braaf bent bij de kapper”, zei mijn moeder, “gaan we straks een diadeem kopen in de Inno.” De diadeem bleef nadien alleen maar zitten omdat hij zo spande achter mijn oren. Mijn gespaarde haar lag bij de kapper. Uniseks, daar zwoer mijn moeder bij. Zodoende liep ik op mijn dertiende nog rond in een korte broek van Petit Bateau.
Intussen ben ik zo oud dat het ondenkbaar is geworden. Geen hansop die nog kan dienen voor jongens én voor meisjes. Meisjes van nul dragen roze onderlijfjes met neepjes. Jongens van nul moeten gestreept in het blauw. Anders ligt je dochter er lesbisch bij in de Maxi-Cosi, maak je van je zoon geheid een homofiel. Het was een groot geluk dat mijn moeder er niet aan meedeed. Het heeft alleen te lang geduurd. Ik was 21 jaar toen ik voor het eerst mijn wenkbrauwen epileerde! Brèf, bij opvoeding heb ik mijn feminiene bekoorlijkheid niet meegekregen.

De juffrouw in de Inno had het meteen gezien. Mijn poriën stonden wijd open. Na drie nagels was ik het lakken moe. En in plaats van mijn haar te wassen had ik een pet opgezet. Iedereen heeft toch van die dagen zeker. De juffrouw was erop getraind. Ze zag een gat en ze sprong erin, goed wetende dat er twee soorten vrouwen zijn: slonzen met potentieel en kakmadammen die ‘s morgens niet te herkennen vallen. De slonzen moest ze hebben. Kakmadammen hebben hun vast merk, daar moest je niet aan beginnen, had ze in de opleiding geleerd.
De eerste vraag viel, de akeligste van alle vragen: “Dag mevrouw, kan ik u misschien helpen?” Ik was beter meteen weggelopen, maar ik kreeg medelijden omdat haar tanden zo ver vooruit stonden. “Zullen we anders samen uw huidtype even bepalen?” Vet, voorspelde ik. Maar zij wilde het officieel doen, met een klembord en een vragenlijst.

“Welke kleur hebben uw ogen? Hoe zou u de teint van uw huid omschrijven? Heeft u oneffenheden in uw huid. Hoe vaak gaat u in bad? Voelt uw huid nadien gespannen aan? Wordt u makkelijk bruin in de zon?” Ik antwoordde dat ik makkelijker kwaad werd, maar zij ging onverstoorbaar verder. Met een spiegel bovendien die een aanslag is op ieder zelfvertrouwen. Stekels, kraters, vlekken, meeëters. En dat niemand gebaart dat het bij haar anders is!
De juffrouw kruiste alle parameters aan en besloot: “U hebt een gemengd huidtype. Dan heeft u deze fond de teint nodig. Maar eerst gaan we een dagcrème voor u kiezen.” Ik zuchtte. Ik keek kwaad. En ik maakte een kritische opmerking over de prijzen van haar koopwaar. Maar dat had zij dus al honderd keer geoefend met een rollenspel. “Wacht even, mevrouw”, zei ze, “dan laat ik u het verschil zien.”

De juffrouw ging aan de slag met crème, zalf, poeder en de hele santenboetiek. Ik stond met mijn ogen dicht in de Inno en liet het mij -kriebeldekriebel- welgevallen. “Doe uw ogen maar terug open, mevrouw. Dan kunt u het verschil zien.” En of ik het verschil kon zien! Iederéén kon het verschil zien. Dat valse mens had mij maar aan één kant stralend opgemaakt. Mijn andere helft hing er maar wat bij. Ik zag de man van de security lachend bij zijn poortje staan. “Onnozelaar”, heb ik gezegd, toen ik buitenging.
Pas daarom op in de Inno, voor de juffrouw op de afdeling cosmetica. Tenzij je van discussies met buitenwippers houdt.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

3 gedachten over “Dat valse mens”

  1. Ge moet die plat slaan met een discussie over de chemische samenstelling over de ingrediënten. Vervolgens hen een lesje leren door te zeggen dat die stoffen langs de huid niet worden opgenomen, maar dat het van binnenuit wel wordt opgenomen. Je bent wat je eet, nah. (en of ge wel genoeg slaapt, in mijn geval) En voor de rest is het genetisch bepaald dat ge een vette huid hebt, of een gemengde, of een vochtarme, of een vermoeide, of een gevoelige, of een ‘iets oudere’. Haha. De volgende keer dat ge in haar vizier komt, gaat ze al meteen schuilen achter die kleerkast van een buitenwipper.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *