De afgeleide

“Een afgeleide”, sprak een bevriende ingenieur, “is een wiskundige berekening om de toekomst te voorspellen.” Zo had ik dat nog nooit begrepen. Toen ik in het middelbaar afgeleiden moest berekenen, zag de toekomst er niet bijzonder uit. Zo werd mij althans voorspeld door mevrouw Jacobs, het mens van wiskunde.

Niemand heeft mij ooit uitgelegd waarvoor een afgeleide moet dienen. Ik telde die dingen alleen maar uit om geen 2 op 10 te krijgen. Om die 2 op 10 niet te moeten voorleggen aan mijn moeder. Die vervolgens sprak: gij denkt toch niet dat ik dit ga tekenen en prompt twee uitroeptekens achter de 2 zette. Waar die van wiskunde dan ‘s anderdaags hartelijk om kon lachen. Vanop een afstandje een serie puberavonden verknoeien, daar scheen die van wiskunde plezier in te scheppen. Er bestond maar één tegengif: de afgeleide berekenen. Meer nut heeft de hele afgeleide voor mij nooit gehad.

Kortom, ik ben vanzelf nooit ingenieur geworden en ik was de afgeleide vanzelf vergeten. y=ƒ(x) wie kon het eigenlijk wat bommen. Tot ik hoorde dat er mensen zijn die afgeleiden berekenen voor hun werk. De bevriende ingenieur met name. “Het is niet waar”, riep ik vol verbazing. “Gij kunt iets met afgeleiden! Gij maakt afgeleiden te gelde!” Ik wilde het allemaal weten. Postuum. Wat een afgeleide waard is. Waarvoor een afgeleide nodig is. En hoe ik er alsnog mijn voordeel mee zou kunnen doen.

De ingenieur zette zich aan de uitleg: “Een afgeleide is een wiskundige berekening om de toekomst te voorspellen. Neem nu een emmer water. En stel dat die emmer vol moet, niet gewoon vol, maar zo vol mogelijk. Een afgeleide voorspelt wanneer ge de kraan moet dicht draaien. Door te onthouden wat al is geweest en te zeggen waar het zal stoppen.”

Ik vond het een raar belang, maar volgens de ingenieur had het wel degelijk belang. Bijvoorbeeld in een chemische fabriek met een thermostaat. “Een thermostaat”, riep ik uit. “Dat heb ik ook. Hangt thuis in de woonkamer.” Langzaam gaf de afgeleide al zijn geheimen prijs. Afgeleiden berekenen hoe hard een ketel moet stoken om de temperatuur constant te houden. Zonder afgeleiden zou een ketel de hele tijd heen en weer flippen van te koud naar te warm en terug. Idem voor airco’s. Is het op kantoor nooit goed? Te koud? Te warm? Tocht in uw nek? Dan heeft de airco een thermostaat die geen afgeleiden kan berekenen. y=ƒ(x) hoerizee! Zeg nu nog dat een afgeleide geen nut heeft. De afgeleide draagt bij tot ieders comfort.

Oh, wat was ik blij met de nieuwe wetenschap. Daarom wilde ik de bevriende ingenieur graag een plezier terug doen. Of hij misschien ook een vraag had voor mij, vroeg ik. Iets letterkundigs misschien? Iets over poëzie? Een voorzetsel waar hij mee zat? Hoe een goede inleiding te schrijven? Helaas, er was niets wat de bevriende ingenieur van mij wilde weten. Wat wil je ook. Ingenieurs hebben de meest aantrekkelijke job op aarde. Het stond deze week in de krant, maar ze hebben het altijd al geweten. Een afgeleide is een wiskundige berekening om de toekomst te voorspellen.

(eerder verschenen in Vacature Magazine, met een tekening van Klaas Verplancke)

6 gedachten over “De afgeleide”

  1. Mijn ingenieur probeert mij al jàààren het nut van uit te leggen. Hij durft het zelf poëzie te noemen. Maar mijn poëzie krijg ik aan hem niet verkocht.

  2. Ik citeer: “Helaas, er was niets wat de bevriende ingenieur van mij wilde weten”. Dit was een zin van Godfried Bomans in zijn betere dagen. Of had er een kunnen zijn. Mevrouw, soms bent u geniaal. Maar daar hadden we het al eens over gehad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *