De ansichtkaart

Vanmorgen hing er in de keuken een ansichtkaart op de deur. Van de baas. Die is weg naar IJsland. Voor drie weken. De baas houdt nu eenmaal niet van populair gewemel in de zomer. Hij gaat liever naar het noorden, los van het hoogseizoen. Zo komt het dat de baas nu pas op vakantie is terwijl wij er al heel lang opnieuw aan toe zijn.

Over Blue Lagoon had hij ons al voor vertrek verteld. Blue Lagoon is een dampende brobbelpoel in de vulkanische oksel van Reykjavik. Bláa Lónið zeggen ze daar. En in de cafetaria kun je yoghurt met bláa bessen bestellen. Schijnt feeëriek te zijn allemaal. Of toch zolang je er de baas en zijn zwembroek er niet bij denkt. Geen mens wil zich inbeelden hoe de baas in het warme water van Blue Lagoon ronddrijft. Met alleen zijn natte krullen en zijn ingegroeide teennagels in de openlucht. Laat staan dat we willen weten hoe hij na een uurtje Blue Lagoon slapgerelaxeerd en verrimpeld terug naar zijn kleedkamer trippelt. Niet dat wij iets tegen de baas hebben. Hoegenaamd niet. Hij moet alleen zijn kleren aanhouden en uit de buurt blijven van aandoenlijke landschappen. Hij staat nu eenmaal beter met schoenen en confectie bij de gorgelende koffiemachine in de keuken.

De ansichtkaart op de deur was iedereen een doorn in het oog. Op de voorkant stond een rood schip met half  in de blauwe golven de witte, gepokte staart van een walvis. Op de achterkant had de baas geschreven dat hij donderdag vijf bultruggen had gezien en hoe stil hij daarvan was geworden. De grootse schoonheid van de natuur, een mens wordt er tegelijk klein en lyrisch van. Groeten in Diegem, besloot de baas nog. En tot over veertien dagen. Niemand werd vrolijk van de kaart. Want terwijl de baas op de IJslandse wateren genoot van de stilte en het grote niets, keken wij door het raam naar de koplampen in de ochtendmist op de buitenring.

Bovendien was niemand gediend met de poëzie van de baas. De grootse schoonheid van de natuur in combinatie met de kleine mens op een rood schip, zo platgetrapt hadden wij het al een tijdje niet meer bekeken. Komt bij dat wij de bewondering voor het grootste zoogdier ter wereld nooit helemaal goed hebben begrepen. Want hoeveel kubiek een walvis lost bij een louter kleine boodschap, dat vertellen de gidsen van de walvissafari er nooit bij natuurlijk. Nee, over de stoelgang van een walvis wordt met geen woord gerept. Anders had de baas wel geweten dat hij met de rode de boot op de vieze schuimkoppen van vijf bultruggen voer. Hoe lyrisch kan een mens daarvan worden. En dan mag de baas nog van geluk spreken dat walvissen wel zo netjes zijn om zich voornamelijk vloeibaar te ontlasten. Hij had zich de averij van de walvisboot  niet kunnen voorstellen. En de ellendige vakantiegroeten zouden het nooit gehaald hebben tot op de deur van de keuken.

(eerder verschenen in Vacature)

2 gedachten over “De ansichtkaart”

  1. danku tante, om ingegroeide teennagels (met turquoise lagoonachtergrond) op het netvlies van m’n verbeelding te schroeien *sidder*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *