De breuk van de premie

Waar zuster directrice al dat behangpapier vandaan haalde, wist niemand. Contacten misschien met een uitgever van tapisseerboeken. Het maakte ook niet uit. Je hoefde het je niet af te vragen. Op die leeftijd hoefde je je bijna niets af te vragen. Twee kinderen van de klas werden simpelweg naar het secretariaat gesommeerd. Aansluitend sleurden ze zij aan zij een behangersboek de trappen op. Het leren handvat sneed in hun malse handjes. De juffrouw verdeelde de vellen. Eén vel voor ieder kind. Er moest een rekenschrift worden gekaft. Na de Nieuwjaarsbrieven voor 1984 was 3A namelijk aan een nieuwe uitdaging toe: Breuken. De oefeningen stonden in Getallenkunde II. Eromheen kwam het bloemetjesbehang van zuster directrice.

Breuken dus. Ik ben vergeten hoe de juffrouw het uitlegde. Ik denk met hand en tand en stukken Limburgse vlaai. We nemen allemaal ons rekenschrift (dat met de bloemetjes) uit onze bank. Oma koopt een abrikozentaart en snijdt die in acht gelijke delen. Zoiets. Tante Odette eet er drie op. Dat maakt 3/8 + 5/8= de totale taart. Helaas werden sommige taarten ook in twaalf stukken verdeeld. Dan moest je de hele caloriebom met een soort simsalabim op gelijke noemer zetten. Als ik me tenminste niet vergis, want breuken zijn mijn stiel niet meer. Tijdens de koopjes moet ik me opsluiten in pashokken om in stilte te kunnen uitrekenen hoeveel 30 procent is van 179 euro, precies of oma ooit twee taarten zou verdelen in 100 en 179 stukken.

Maar de moeilijkste breuk op aarde is die van de premie. Zeker als de premie van 2010 naar een collega is gegaan die de premie nog in geen honderd jaar verdient. Een prestatietoeter van de ergste soort. Na de evaluatie lachte hij gespeeld discreet. Na de middagpauze sprak hij bemoedigende woorden. Vlak voor de kerstvakantie wilde hij je troosten. En op de nieuwjaarsdrink vertelde hij tussen neus en lippen dat hij dringend zijn rekeninguittreksels eens moest nakijken. Om te zien of de premie nu eigenlijk al was gestort.

Oma snijdt een taart in twaalf stukken en hij krijgt één stuk meer. Want een premie is een breuk die alleen bestaat bij gratie van andere premies. Stom geluk is een kwestie van vergelijking. Ocharme, moet jij het zonder Audi A4 stellen? Hoe, krijg jij geen abonnement van Proximus? Bizar, dat ze jou geen premie hebben gegeven. Zo simpel kan succes soms zijn.

Zuster directrice en het rekenschrift met bloemetjesbehang in gedachten ga ik graag wat dieper op de premie in. Een breuk, zo leerden wij in 1984, bestaat uit twee delen: teller en noemer. Bij premies is de teller verplicht groter dan de noemer, anders blijft er van de premie niets over. De noemer van een premie is wat de baas verwacht. Hij zegt hoe hard je moet werken. Dat versta ik nog. Het probleem is de teller. De teller is de indruk die de baas heeft, de zin die de baas heeft, de bui waarmee hij zit, of het talent dat hij heeft om de dingen te zien zoals ze zijn. Kortom, de teller van een premie is een raadsel. Niemand weet waar hij vandaan komt. Net zoals het behangpapier van zuster directrice.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *