De dag van de bruine zak

De eerste en de derde donderdag van de maand is de dag van de bruine zak, maar de tijdsaanduiding doet mij alleen maar denken aan de Sacramentswacht, een eigenaardig genootschap waar mijn grootmoeder destijds lid van was. Nooit heb ik begrepen waar de Sacramentswacht op zat te wachten. Het sacrament natuurlijk, maar het sacrament, dat hadden wij geleerd in de cathechese, was een potje met zalf in de boekentas van de pastoor. Hij smeerde het achter de oren van mensen die dood gingen. Zoiets. Kortom, het was raar om op het sacrament te zitten wachten. En het bleef raar, ook in andere betekenissen. Waarom zou iemand in godsnaam de wacht willen houden bij een potje zalf? Nota bene in een kapel waar nooit iemand kwam, of toch niet om het sacrament te komen pikken.

Ik ben onlangs nog in de kapel geweest. Er lag een schrift vol verdriet en lieve-vrouwke-help-mij-alstublieft. Achteraan hing een kader met de verschoten steekkaartjes van de Sacramentswacht. Kleine, regelmatige schoolmeesterszinnen vertelden wie wanneer op het sacrament moest letten. Ik zocht de naam van oma, maar ik vond hem niet. Het moest zijn dat de Sacramentswacht nog een poos was doorgegaan zonder oma. Tenslotte had zij op een zekere leeftijd beslist dat ze de trappen van de kerk niet meer op hoefde om haar geloof te belijden. Volgens mij zat de komst van vtm er voor iets tussen, wat ik uiteraard alleen maar durf te opperen omdat oma er niet meer is.
Desalniettemin, de eerste en de derde donderdag van de maand, ik vergeet het nooit, tenminste niet waar het de Sacramentswacht betreft. De herinneringen aan de donderdagen van mijn grootmoeder hebben helaas geen huishoudelijk nut. Tegenwoordig draaien de eerste en de derde donderdag van de maand om vuilnis. Op de eerste en de derde donderdag van de maand is de dag van de bruine zak. Het zijn tijden!

Het is een lelijke parallel en het is een onmogelijke afspraak. Ik heb geen besef van donderdagen, van de eerste tot de vierde niet. Bovendien zijn de buren heimelijke lieden. Die lui zetten hun vuilniszakken niet buiten. Die lui laten hun vuilniszakken verschijnen. Word ik ‘s morgens wakker, haal ik de rolluiken op, dan staan ze er: vijf grote zoals altijd. Ik denk dat Jean-Pierre en zijn dochters bij de Excrementswacht zijn. Zij houden de wacht. Ze liggen op de loer. En net op dat moment rijdt de vuilniskar voor.
Voorzienigheid is de verdelger der verstomming. Want hoe stom is het om met je pyjamabroek op halfzeven de aandacht te willen trekken van een vuilnisman. Dat je komt! Dat je komt! Dat ze gewoon even moeten wachten! Hoe stom is het om met twee vuilniszakken terug thuis te komen omdat ze al te ver waren en omdat een mens op pluchen instekers zo hard niet kan lopen! En hoe stom is het om na de herhaling van Dagelijkse Kost nog twee zakken naar de steenweg te verslepen omdat het daar op de tweede en de vierde donderdag dag is van de bruine zak. En zo is het iedere donderdag wat, althans voor leden van eigenaardige genootschappen.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Een gedachte over “De dag van de bruine zak”

  1. Als atheïst mis je toch wel veel keileuke dingen. Drie seconden googelen leerde mij dat je bijvoorbeeld ook “biddend lid van het Marialegioen” kan worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *