De F-L-U-F-F-E-R

Het kan best zijn dat de hele coupé scheef hangt, wang tegen het vensterglas, mond halfopen, oogbollen naar binnen gedraaid. Maar dan nog is het raadzaam om te zwijgen in de trein. In de trein is een mens nooit veilig, zeker niet als hij spreekt. Voor je het weet staat in Brussel-Noord iemand recht die je kent. En nog erger, het mens is de nieuwe van hr. Ze zat drie zetels verder en ze heeft alles gehoord wat je hebt gezegd.

In Gent-Sint-Pieters. Over Carine van de marketing die op meetings altijd iedereen zit af te leiden met haar oh zo subtiele lintjes van Marlies Dekkers. In Brussel-Zuid. Over Stephan van de binnendienst die iedere ochtend met een stinkende adem binnenkomt, maar desalniettemin toch homo is terwijl homofielen toch bekend staan als verzorgde mensen. En in Brussel-Centraal. Over Sven van it die een voorliefde heeft voor stagiaires omdat hij bang is van vrouwen die wél iets weten.
Het hr-mens heeft weliswaar niks laten blijken, maar dat is louter kwestie van beleefdheid waar je voorts niks aan hebt. Ze heeft gewoon alles gehoord. Ten eerste omdat er weinig mensen zijn die écht kunnen fluisteren. En ten tweede omdat je ergernis vanzelf nog luider gaat kleppen. Enfin, het zal mij niet overkomen. Als ik in de trein zit, ben ik stil. Behalve bij overmacht. Zoals vorige week.

Ik was onderweg naar Gent waar ik een mevrouw moest gaan interviewen. De mevrouw kwam uit Amerika en had een specialisme: seksfilms voor vrouwen. Het punt was dat ze meer wilde dan piet en miet alleen. Ze wilde een context bij de dingen. Etc. Etc. De mevrouw had een heel manifest geschreven over haar films. Dat was ik bij wijze van voorbereiding aan het lezen. Ik zat met de theorie op schoot. In stilte. Tot ik ineens las dat de mevrouw een klacht had. Zij kon op geen receptie komen of er dienden zich mannen aan die gerust haar fluffer wilden zijn. Daarop heb ik de wetten van discretie op de trein laten schieten en de telefoon genomen. Omdat ik niet wist wat een fluffer was.

Zoek eens op bij Wikipedia, lispelde ik, fluffer. Maar de hulplijn verstond mij niet. Ik beet op mijn tanden en zei het nog eens: Fluffer en Wikipedia. Opzoeken! Tevergeefs. Dat heb je nu op de trein. Alleen de verkeerde mensen begrijpen wat je bedoelt. En dus verloor ik mijn geduld aan de telefoon. Doe gewoon wat ik vraag. Fluffer! Ik weet niet wat Fluffer wil zeggen! En ik straks zit ik gelijk Piet Snot op dat interview! Bel mij maar terug als ge het hebt! En ik legde neer.

Niet veel later kreeg ik telefoon. Of ik Fluffer eens kon spellen, want de hulplijn vond geen fluffers op Wikipedia Ik dacht dat ik iets kreeg, maar ik deed het toch. F-L-U-F-F-E-R. Ook al vreesde ik dat een Fluffer, gezien de context van de Amerikaanse mevrouw, iets vies was.  Ik keek rond of iemand meeluisterde, maar iedereen gebaarde uiteraard van niks. Ik kon alleen maar hopen dat niemand van de aanwezigen in de coupé wist wat een fluffer was. Zo belachelijk wilde ik namelijk niet zijn. En toen kon ik het nog eens spellen, want mijnelievegod een f en een s probeer daartussen het verschil maar eens te maken aan de telefoon. Met de f van Fifi was een foute omschrijving. De hulplijn herhaalde immers Sisi, de jonge keizerin. Nee, schreeuwde ik intussen. Fluffer! Met de f van Fuck de intercity. Ik weet wel dat iedereen hier zit te lachten en te luisteren. En wie het niet weet, zoekt het thuis zelf maar op. Fluffer. Ik zeg niks meer. Ik zit op de trein.

(eerder verschenen in Vacature)

9 gedachten over “De F-L-U-F-F-E-R”

  1. Naast het feit dat de fluffer mij goed deed lachen, wil ik eventjes melden dat ik U een award geschonken heb.
    Ik weet dat dat hier zo niet echt past en zo, maar ik deed het toch maar.
    U ziet maar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *