De hete droom

“Weet je wat ik vannacht heb gedroomd?” Ik kon de vraag aan de spondeligger stellen omdat hij meespeelde in de hete droom. Hij deed weliswaar niet veel. Hij stond daar maar, maar ik was blij dat hij het was. Hete dromen hebben namelijk lak aan huwelijkscontracten. Dat een mens zijn goed fatsoen verliest in hete dromen, tot daar. Ik heb er mij bij neergelegd. Seks heeft nu eenmaal met overgave te maken. Maar dat ik in mijn hete dromen verander in iemand voor wie iederéén goed genoeg is, dat is er toch over. Ik zal u de stoet van gebochelde viezeriken, quizmasters en spookachtige sportjournalisten besparen. Of we staan er vannacht allemaal voor te bukken.

Hete dromen hebben bij wijlen veel weg van een straf. Komaan zeg, Rudy De Leeuw met alleen een rode anorak aan! Vind daar de hitsigheid eens in. En waar is Rika Ponnet als je haar nodig hebt? Of Dirk De Wachter? Elders! Want niemand stelt ooit orde op zaken in hete dromen. Nochtans zou het best prettig zijn, Rika Ponnet die in een hoekje van een hete droom staat te monkelen, met die ogen, met die gedachten en dat opgestoken haar. Of anders Dirk De Wachter, die gewoon zijn haar eens heeft gewassen. Ik vraag heus niet veel. Maar in een hete droom is iedere voorkeur er te veel aan. Je ligt daar maar te bonzen om de verkeerde. De criteria zijn weg. Neigingen worden genegeerd. Je voorliefde is een slet. En dat bloed stroomt maar raak.

Nooit gaat het in een hete droom eens over een zwembad met alleen maar Michaël Pas erin. Nee, je staat zonder onderbroek aan de toog van een raar winkeltje en aan de kassa duikt je schoonmoeder op, met louter een paar bretellen, ondersteboven. Je wil het niet, maar je hebt niets te willen. Het is trouwens al lang te laat. Het schuim schuimt reeds. En als dit een hete droom zou zijn, zou reeds met een t worden geschreven. Hete dromen nemen het zo nauw niet. Liefst hangen ze gelijk heuplobben te lillen over de de rand van een 7 for all mankind. Schoonheid bestaat niet in een hete droom. En zo wordt een mens besodemieterd door zijn eigen fantasie! Maar niet altijd. Daarom kon ik de vraag in alle veiligheid aan de spondeligger stellen. “Weet je wat ik vannacht heb gedroomd?”

Hij bromde. “Het was een hete droom. En jij speelde ook mee.” Je zou denken dat hij zich zou omdraaien, dat hij nieuwsgierig zou zijn, één en al oor misschien. Tenslotte spreken hete dromen tot de verbeelding. Of waarom is iedereen al tot hier geraakt met lezen? Maar de spondeligger zei niets. Evenmin was hij verheugd over de gehoorzame vervulling van ons huwelijkscontract. Er kwam geen reactie. Ik moest het verhaal in mijn eentje afmaken. “Ik droomde dat we een rollenspel gingen spelen en ik zei tegen jou: Ik zal anders de stagiair wel zijn. Terwijl! Ik ben toch veel te oud om een stagiair te kunnen spelen. Dat dacht ik! Midden in een hete droom!” Ik lachte luid. Waarop de spondeligger zéér verkoelend sprak: “Wat was dat van die stagiair? Heb je over je werk gedroomd?” Ten einde raad heb ik er hier mijn werk maar van gemaakt. Alleen de titel is mislukt. Het moest Een koude realiteit zijn.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *