De ideale vakantie

Het gezinsboek voor vrije tijd en vakantie. Oorspronkelijke titel: Das groBe Familienbuch für Ferien und Freizeit. Uitgegeven in 1978. Wist ik allemaal niet. En wat ik wel wist, was ik vergeten. Dat vakantieboek, had ik aan mijn moeder gevraagd. Waar is dat? Groot en dik, stond in de kast, zei ik. Maar mijn moeder kon het nergens meer vinden. Uren en uren heb ik als kind in dat boek zitten bladeren, dromend van de ideale vakantie. Die beleefde ik zelf namelijk niet.

Wij gingen nooit picknicken. Wij beschilderden nooit stenen. En wij hielden geen wedstrijdjes zaklopen. Wij hadden geen zakloopzakken, zoals wij de meeste benodigdheden niet in huis hadden. Honderd dingen kon je knutselen met luciferdoosjes. Drie keer raden waarmee mijn vader zijn Boule d’Or-filters aanstak. En van die ronde kaasdoosjes? Jamais. Of er zaten nog kaasdriehoekjes in. Denk je dat ik van mijn moeder rommel mocht stichten in de frigo om een kompas te maken van een kaasdoosje? En bootjes kon ik wel vouwen, maar in een emmer werden ze onmiddellijk slap. Bootjes van kurk waren geen optie. In geen enkele lade lag een kurkenstop. Bij ons thuis werd nooit wat gevierd. Of toch niet met wijn.

Gelukkig was er Het gezinsboek voor vrije tijd en vakantie. Stikjaloers was ik op het meisje met de salopette. Ze ging pony’s aaien bij de buren en ze zat heel hoog in een dennenboom. Terwijl ik mij moest behelpen met een doorgeschoten vogelkers op een braakliggend stuk bouwgrond. Mijn boomhut trok op niks, bestond uit één tak en twee hele bollen koord omdat ik niet kon sjorren. Op die tak zat ik te schuilen onder een opengeknipte vuilniszak. Het regende. En de buurjongen lachte zich krom. In plaats van gewoon verliefd te worden op mij. Dat deed niemand, in geen enkele vakantie.

Alleen in het vakantieboek liep alles volgens plan. Maar mijn moeder kon het dus nergens meer vinden. Ik had mij er al bij neergelegd. De herinneringen en de dromen waren voorgoed verloren. Tot ik het op een regenachtige middag in de kringloopwinkel zag staan, voor twee euro. Daarna ging het rap: centen op de toonbank, twee kilo boek in mijn schoudertas. Na dertig jaar moet een mens niet twijfelen over de perfecte vakantiedroom. Alleen blijkt het nu een Duits boek te zijn, met Duitse worsten in de picknickmand, koud vlees en augurken. En ben ik blij dat mijn vader onderweg nooit is gestopt voor zo een trimpauze! En stel je voor dat mijn moeder mijn T-shirt had versierd met zulke aardappelstempels.

Ik bladerde door Das groBe Familienbuch für Ferien un Freizeit en ineens zag ik die twee leugenachtige kinderen weer op de achterbank van de auto zitten. Onderweg naar een heerlijke vakantiebestemming met een tekenblok en stiften op schoot. Belachelijk. Die twee pruisenpummeltjes gingen een mooie tekening maken zeker, los van de bobbels in de weg, wars van de misselijkheid in de bochten. Ik geloofde er niks van. Toen al niet. Of de ideale vakantie wel bestaat is nu de vraag. Over mijn aangeboren malcontentement bestaat veel minder twijfel.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

2 gedachten over “De ideale vakantie”

  1. Lieve An,

    Bij deze dan toch nog wat vakantieliefde: je stukken verwarmen mijn hart! Ik geniet er steeds van…

    Waarvoor dank!

    Veel liefs en een dikke zomerzoen,
    Benedikt Delesie

  2. Dit was weer een prachtig stukje tekst. De ideale vakantie zal ook wel niet bestaan, maar in de Provence aan een zwembad met wat vrienden van een Caipirinha nippen en daarna samen eten komt toch aardig in de buurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *