De koffer en de onderbroek

Mijn bezwarend materiaal zit in een album, achter een doorzichtig velletje. Het is een oude foto, genomen aan de zee. Mijn zuster staat er ook op. Zonder onderbroek. We liggen allebei in één helft van een koffer. Ik herinner me die koffer nog, rood en van skai. Er konden heel veel spullen in. Als we vertrokken waren de zijkanten zo dik als de buik van een olifant. Als we terug naar huis gingen, trouwens ook. Dan zat de buik van skai vol vuile was. Maar op de foto is de koffer leeg. Mijn zuster en ik liggen erin te lachen. Zonder onderbroek nog steeds.

Het is bezwarend materiaal. De foto bewijst namelijk dat ik niet meer zo fris ben. Het plezier van toen is lang geleden. Ten eerste is het tegenwoordig ongehoord om kleine meisjes zonder onderbroek op de foto te zetten. Ten tweede heeft niemand tegenwoordig nog een koffer. Dezer dagen gaat iedereen op reis met een trolley. En zelfs wie niet op reis gaat sleurt een trolley achter zich aan. Alle studenten te lande verplaatsen zich anno 2010 per trolley. Over bezwarend materiaal gesproken. Want wat zit er in die trolley? Vuile was. En hoeveel vuile was zit er in die trolley? Heel veel vuile was. Hip en cool vanbuiten. Wemelend en warm vanbinnen.

Ik kan het weten want ik woon in een studentenstad, niet ver van het station. Daar klinkt iedere vrijdagmiddag hetzelfde lied. Ra, ra, ra, ra. Trolleys rollen over de plaveien. Kaboem, kaboem, kaboem. Trolleys botsen van de stoep. Shhht, shhht, shhht. Door de gaatjes ontsnapt het gas van aangestampte was. Een rivier van klam beddengoed zwelt aan. De gang onder de perrons vult zich met sokken, onderlijven en pyjamabroeken. Aan weerskanten van de tunnel stijgt een warme damp op. Drie keer korte puf, één keer lange puf. Het weekend is begonnen. De kookwas wordt opgeslokt door de intercity op spoor 10. Het betreft het bezwarende materiaal van de moderne kwekeling. Heden ten dage zonder koffer en mét onderbroek.

Het is de zevendaagse exodus richting Miele van mama. Want koten van nu hebben alles, internet, Playstation, dubbel bed, douche en kookplaat. Alleen een wasmachine aan boord is nooit een troef. Een enkele ijveraar (waarschijnlijk een studente rechten met een beige broek en een jas van Barbour) durft misschien weleens wat lingerie in de wasbak plonsen, maar over het algemeen wordt er onder studenten niet gewassen. En dus grollen de darmen van het station iedere vrijdag. Zonder uitzondering. Ra, ra, ra. De studenten hobbelen met hun trolley over de roltrap. Of ze nu netjes TEW en marketing studeren. Of slonziger van aard zijn en voor psychologie en maatschappelijk werk gaan. En wee degene die vrijdagmiddag in het station opduikt zonder trolley. Dat is pas bezwarend materiaal. Het voorspelt namelijk niet veel goeds over de aanwezige onderbroek.

(eerder verschenen in Vacature -Codex)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *