De kontenkruiper

Het nest waar ik in ben gelegd, is van de beleefde soort. Mijn ouders zijn heel nette mensen. Of toch vooral mijn moeder. Mijn leven lang is aan de keukentafel nooit één scheef woord gevallen. Als mijn vader en mijn moeder ruzie wilden maken, deden ze dat in het Frans. Niemand die daarna nog snapte waar het over ging. Tenslotte konden mijn zuster en ik alleen het werkwoord fumer vervoegen. De juffrouw wees op het bord en de hele klas bulderde mee: Papa fume une pipe. Je ne fume pas une pipe.  Terwijl aan de keukentafel het woord fumer nooit werd gebezigd.

Het enige wat mijn zuster en ik na een tijdje uit de rare twisten konden ontwaren was iets dat leek op sassuffie. Meestal was het mijn moeder die gebruik maakte van één of twee sassuffies waarna de rust aan tafel wederkeerde.
Mijn moeder heeft het nooit op verbale viezigheid begrepen. Ik herinner mij haar verdriet nog toen ik op een dag van school terugkwam met mijn eerste mop. Hoe ze precies ging, ben ik vergeten, maar de clou maakte gebruik van de verwarring tussen een banaan en een geslachtsorgaan. Mijn moeder kon er niet mee lachen.
Ook toen ik mij puberaal op het tussenwerpsel Shit wierp, bood mijn moeder fel weerstand. Potvolkoffie, op de wijze van Jommeke, verder hoefde de lelijkheid volgens mijn moeder niet te strekken.

Ik heb als kind nooit veel schriftelijke aspiraties gehad. Op school vielen mijn opstellen over herfstwandelingen en uitstapjes naar Bokrijk enigszins in de smaak, maar thuis hing ik liever in de bomen dan dat ik roerselen aan papier toevertrouwde. Op deze algemeenheid bestond slechts één uitzondering: Mijn scheldwoordenboek. In een afgedankt kasboek van mijn vader hield ik een kleine verzameling bij. En hoewel de intentie aan duidelijkheid niets te wensen overliet, was het resultaat tamelijk onschuldig. In mijn scheldwoordenboek stonden voornamelijk ongewervelde dieren zoals de aardworm en de mossel. Met dank aan mijn moeder die me lange tijd voor het grote verderf heeft behoed.

Over de inhaalmanoeuvres die ik sinds de jaren 90 heb uitgevoerd ga ik niet uitweiden. Liever zou ik het hebben over het fenomeen van de kontenkruiper. Kontenkruiper is namelijk het enige vieze woord dat ik van mijn moeder heb geleerd. Om één of andere reden was haar verontwaardiging omtrent de kontenkruiper te groot om hem te kunnen omzeilen.
De kontenkruiper
van weleer verkocht Japanse auto’s. Soms kwamen we hem tegen op straat. Dan zei de kontenkruiper niets. De kontenkruiper sprak namelijk alleen als mijn vader erbij was. Dan verzoop hij bijna in zijn valse sympathie, waarop mijn moeder bijna onhoorbaar lispelde: Kontenkruiper dat het is. Ik noteerde hem met gouden letters in mijn scheldwoordenboek.

De officiële kontenkruiper is intussen lang dood. Maar zijn discipline is wijd verspreid. In het professionele leven komt men de kontenkruiper geregeld tegen. Vooral als de tijden wat moeilijker zijn. Dan schuilt de kontenkruiper graag in de luwte van iemand anders. Het is hoogst ergerlijk, maar gelukkig ken ik de kontenkruiper al veel te lang om er nog verbaasd over te zijn.

(eerder verschenen in Vacature)

6 gedachten over “De kontenkruiper”

  1. Wist u dat het soortelijk gewicht van elf keer ‘kontenkruiper’ in een blok van vijftien zinnen de dichtheid van platina – opgelost in koningswater – benadert ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *