De lege living

Oma had twee livings. Eentje voor alle dagen en eentje voor met 1 mei, tussenin een hoge tweedubbele deur van het hout van kersenbomen. Eigenlijk heeft oma de twee livings nog altijd. Alleen, oma zit er niet meer. Oma woont deze dagen in Herfstvreugde, klein kamertje op de derde verdieping. Op de kast hang een foto van de bisschop van Limburg, uit de krant geknipt, omdat hij zo’n sympathieke broer heeft. Die werkt op de bank in het centrum. Hij is al een keer op bezoek geweest. Het heeft oma danig plezier gedaan. Om de dagen zelf geeft oma niet meer. Ze trekt de blaadjes veel te rap van de Druivelaar. Als mijn vader er een opmerking over maakt, reageert ze fel: “Het is mijn kalender en ik doe met mijn dagen wat ik wil.” Dat krijg je na meer dan 36.000 zonsondergangen en 99 hemelvaarten.

Ik ben met 1 mei niet bij oma geweest en niet naar de kermis. Ik heb geen kriekentaart gegeten en nonk Zjang en tant’ Maria zijn dood. Ze stonden niet achter de oudfluwelen gordijnen naar de bloemenstoet te kijken. De grote kermis stond er wel, maar niet voor mij. Geen tijd gehad, gewoon gewerkt op de dag van de arbeid. De stoet is voorbij het huis van oma gekomen, met trompetten, de meikoningin en drie mindere hofdames. Maar er was niemand thuis. De living was zonder mensen en zonder feest. De klep van de piano was dicht. De wandelstok van eerwaarde heeroom -god hebbe zijn zijn ziel- hing met de zilveren paardenkop over de thermostaat. De staande klok stond stil. Het deurtje is in geen jaren nog open geweest. En de klok op de marmerschouw heeft bij mijn weten nooit gewerkt. Ik meen dat de grote wijzer van de plaat is gesprongen in het bombardement.

Pfft, de dag van de arbeid is niets speciaals. Het is iets van vroeger, toen ik zeurde om zonder jas naar de kermis te mogen. Ik sprak af met Femke aan het eerste molentje en ik wachtte terwijl Madonna van La Isla Bonita zong. Ik ken Femke al lang niet meer, heb haar in geen half jubileum gezien, geloof dat ze getrouwd is met een ondernemer pur sang.
Het maakt niet uit, ik ben vergeten wat we aten op de kermis. Ik denk een vleeskroket, of een banaan met chocolade. Daarna strekte ons rantsoen niet verder dan één kaartje voor de achtbaan. Tussendoor kon je nog een keer naar de living rennen voor honderd frank extra. Het lukte meestal niet. En het deerde ook niet. 1 mei was vrij. ‘s Avonds was er vuurwerk. Om tien uur! Zonder ouders!

Het is allemaal veranderd. Ik heb ik me opgewonden over de telefoon die niemand wilde opnemen met 1 mei. Altijd hetzelfde liedje. Op 1 mei valt niet te werken. Het halve land stond op voorhand al in rep en roer. Alles moest voor 1 mei klaar zijn. En na 1 mei moest alles dicht zijn. Iedereen zwaaide met Bongo-bonnen. De vakbonden schreeuwden zich hees. 2 mei moest ook vrij. Omdat Jezus in het vaarwater liep. En dag van de arbeid én een god die precies op hetzelfde moment op een donderwolk wilde wegwaaien! Heel de economie in de war. Verlies in de supermarkt. En een lege living, waar ik toen het werk af was, stilletjes heb zitten schuilen.

(jaja, alweer in Vacature, per Klaasse potlood)

2 gedachten over “De lege living”

  1. melancholie; [tis misschien omdat met al een wit wijntje opheeft, maar een beetje tranen in de ogen_toch]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *