De lifestyle van een vogelaar

Ik heb mij ingeschreven voor een vogelcursus, tien lessen, tien excursies en officiële waarnemingen. Zo, het hoge woord is eruit. Ik wil een vogelaar zijn. En dat iedereen me zijn dubbelzinnigheden bespaart. Ik heb het allemaal al 100 keer gehoord. Of ik een lievelingsvogel heb? En of ik weet hoe de negerpiemelaar doet? Piet, piet, piet. Hahaha. Mocht er nog iemand zijn die meent dat het lollig is, nee, het is niet lollig. Het is vermoeiend, dat is wat anders. Trouwens, vogelaars doen niet aan woordspelingen.

Laatst liepen wij met zijn allen rond een vijverplas. ‘Kijk daar’, zei Marcel, ‘een koppel futen. Niemand kent het verschil tussen een mannetjesfuut en een wijfjesfuut, behalve de fuut zelf.’ Hihihi. Zo subtiel is vogelhumor. En poëtisch ook. Want een pimpelmees klinkt zoals het belletje van de baron die zijn vrouw roept. Een boomklever schiet vooruit gelijk een oude naaimachine. Tjoek, tjoek.. En de Tsjechische roodmus zingt een liedje van The Stones: Pliestoemietjoe, pliestoemietjoe. Zelf heb ik de Tsjechische roodmus nog nooit gehoord, maar ik heb over hem gelezen.

Overigens ben ik nog niet zo goed in het herkennen van vogels. Ik hoor soms wel iets jengelen in de tuin, maar dat blijkt meestal de hond van de buren die niet binnen mag. En toen ik dacht dat ik een gele kwikstaart had gezien, bleek die te overwinteren in tropisch Afrika. Dat was dus géén gele kwikstaart of een onnozele gele kwikstaart. Een vogelaar moet enige ontgoocheling kunnen verdragen, en hij moet degelijk uitgerust zijn. Dat ben ik niet. Meteen al in de eerste les kwam ik tot het besef. Ik heb een stom vogelboek. Aan een vogelboek met kleurenfoto’s herkent men, in drie eenvoudige stappen, alleen de prutser. Daarom heb ik bij Marcel een beter boek besteld. Nu moet ik alleen nog een goede verrekijker.

De verrekijker die ik nu heb is een oud geval. Mijn ouders hebben hem gekregen toen ze tien jaar bij de vrienden van de spaarkas waren. Op excursie durfde ik hem amper uithalen. Bovendien was ik de enige die in het bos was opgedoken met een handtas. Nee, ik was niet wat het moest zijn, maar in de natuur is iedereen welkom en vogelaars letten alleen op vogels, niet op de lifestyle van de vogelaar. Al blijf ik voorlopig bedenkingen hebben bij vrouwen met fleecejassen en mannen met windstoppers. En blijkbaar roep ik zelf ook bedenkingen op, qua vogelen dan.

Vorig weekend heb ik namelijk een ijsvogel gezien, blauwe vleugels, oranje buik, alles in metalliek. De ijsvogel is niet zeldzaam, maar wel schuchter. Hij laat zich heus niet spotten door het eerste het beste mensenkind. Ik dus blij. Ik dus het vogelforum op, om melding te maken van mijn waarneming. Wat het vogeltje aan het doen was, wilden ze weten. Ik vinkte vangst aan. Tenslotte had ik gezien hoe het beest een vis ving. ‘s Anderdaags kreeg ik een mail. Of ik mij vergist had dan wel of ik een ringer was. Hahaha. Ik heb meteen van oeps, ojee en pardon geantwoord. Zonder reactie evenwel. Sindsdien ben ik een beetje bang voor de ernst van de vogelaar, maar misschien leren we dat in de volgende les.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine, helemaal nieuw en fris van snit)

6 gedachten over “De lifestyle van een vogelaar”

  1. je kan toch niet zonder handtas, zelfs in het bos! waar moet je anders al je (on)nodige prul laten?
    ah, daarom hebben die boslopers van die grote zakken in hun anorak!

  2. De geelgors vraagt ‘geef-mie-e-pintje-bieeeer’. Makkie.

    En als je wil scoren op vogelaarshumorgebied: ringtone van je GSM vervangen door de roep van de groenpootruiter. Al die kopjes omhoog als je opgebeld wordt. Mwoehaha!

  3. Ik herken alleen een susususususususkewiet. En een dode geelgors. Dat beweegt niet, en dat kunt ge dus een half uur rustig bestuderen met de encyclopedie in de hand. Eigenlijk heb ik meer talent om mineraloog te worden, dat fladdert zo niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *