De onverschilligheid van de dingen

Wie niet houdt van verhalen die zo nat zijn als aquarellen, staakt best onmiddellijk het lezen. Dit is het leven zoals het is: compleet onverschillig. Of de baas nu vriendelijk is of niet, doet er niet toe. Aan alle bazen komt een einde. Bij uitbreiding geldt voor onbenullen precies hetzelfde, maar dat is  het punt niet. Het gaat hier over de baas die aan zijn einde komt. Sommigen vinden het misschien een troostende gedachte. Anderen zullen het spijtig vinden. Maar in het algemeen kan het niemand wat schelen. Zeker na een tijdje niet meer.
Maar wie bovenal de kroon spant in de onverstoorbaarheid, zijn de dingen en de dieren. Nochtans kijken bazen bij leven en welzijn graag uit over de dingen en de dieren. Bazen houden zich niet graag op in de donkerte van het landschapsbureau. Ze hebben in hun bureau een groot raam met een écht landschap, voor zich alleen.

Ik weet niet hoe architecten het blijven lappen in dit zakdoekland, maar volgens mij zijn alle kantoorgebouwen georiënteerd naar het panorama van de baas. Men neme een morzel KMO-zone. Aan de voorkant van het gebouw rammelt het logistieke leven aan zijn kettingen. Een naargeestig mengsel van miezer en stof slaat tegen het vensterglas. Aan de achterkant van het gebouw staat de baas te dromen bij het raamkozijn.
Hij ziet het kanaal in een bocht verdwijnen. Hij kijkt naar de dubbele rij populieren op de waterkant. En hij glimlacht om de hupse staartjes van de konijnen in de berm. Een ekster vindt het lijk van een oud muizenmoedertje. De maretakken maken zich opnieuw klaar om een zomer lang in andermans gebladerte te verdwijnen. De baas geniet, draait zich om, drukt op het knopje van de intercom en bestelt een kop natuurthee.

Drie minuten later wordt er op de deur geklopt. De thee is klaar. De baas klemt zijn vingers om het warme glas en gaat terug bij het raam staan. Hij heeft het koud. Angor pectoris, de baas heeft er nog nooit van gehoord, maar de pijn trekt een diep spoor tot in zijn hals. De thee valt op de grond. De franjes van het handgeknoopte tapijt grijpen hun kans en zuigen zich vol Camellia sinenesis. Aan de buitenkant trekt de baas zijn stropdas los. Aan de binnenkant stopt de doorstroom in zijn rechter artertia coronaria. De holtes in zijn hart knijpen wild samen, naast het gewone ritme. Ventrikelfibrillatie!

Zijn hand glijdt over de koele vensterbank en hij zakt neer naast de vergadertafel. Met zijn wang in de splinters van het glas. De baas heeft nog tien minuten. Hij is alleen met de solo van zijn hart. De bombardon hort. En hoewel zijn ogen open zijn en vochtig, ziet hij niets meer.
Er vliegt een meeuw voorbij het raam. Dikke wolken drijven over de KMO-zone. Zeven mussen proeven in het platgetrapte gras van een koeienvlaai. En de populieren gebaren al honderd jaar van niets. Een landschap heeft nog nooit iets gezien, ook ook geen lauw wordende baas. Het  landschapsbureau loopt langzaam leeg. De konijnen te vergaderen in het nat van de nieuwe maan en achter het raam van een bureau met uitzicht schreeuwt een poetsvrouw.

(eerder verschenen in Vacature)

Een gedachte over “De onverschilligheid van de dingen”

  1. Ik zou bij deze een paar collega’s willen nomineren om ook aan hun eind te komen. ‘t Moet niet altijd van de baas komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *