De oude man (in mij)

Oude mannen in interviews -daar moet je eens op letten- doen dikwijls lyrisch over jonge meisjes. Zij denken dat zoiets geen kwaad kan omdat ze toch niet meer kunnen. Onbevreesd van een jong ding genieten is de nieuwe heerlijkheid. Hij wil haar niet meer bespringen en zij gelooft niet dat hij het zou durven. Het is een wonderlijk compromis, vindt hij. Leeftijd heeft hem van zijn hitsigheid verlost. Het geil is opgedroogd. De oude haan kraait hees van Kukelekut en niemand die erop let. Hoe straffeloos is zoiets! En hoezeer nodigt het uit tot bedreven kijken, kijken en nog eens kijken! Tot het staren heet en dan mag het blijkbaar nog. Oude mannen zijn goedaardig, zeker in hun interviews. En zodra het alsnog gevaarlijk wordt, is zo’n meisje meestal al heel lang terug thuis.

Wij zouden vroeger nooit op deze manier koffie kunnen drinken met een meisje, zeggen oude mannen. Dat komt, zeggen ze, omdat meisjes ons als trouwhartige vaders beschouwen. En daarna mag het graag over volle lippen gaan, over de haartjes op hun perzikvel en de gezwollen decolleté waar ze soms op knoeien met een ijsje. Vreemd ook, zeggen de heren, dat wij die schoonheid nooit eerder hebben opgemerkt, of toch nooit zo deugdelijk, zonder ons geslacht te voelen.

Ik heb die oude mannen en hun interviews nooit geloofd. Het gezemel van Ze ademde erg mooi. En Het gebeurt niet vaak dat je iemand zo mooi ziet ademen. Zuchten moest ik ervan, ook als het van Josse De Pauw kwam. Al die losse tanden en daartussen het vlees van hun gedachten, nee. Maar tijden veranderen en een vrouw blaast af en toe ook kaarsjes uit. Zodoende heb ik dit jaar de oude man in mezelf ontmoet, toen ik een meisje van 18 moest interviewen. Het was een sympathiek kind. Ze noemde me geen mevrouw. En het gesprek liep vlot. Tenslotte ben ik altijd jong gebleven en tenslotte doe ik altijd verontwaardigd als ik in de Alma de volle pot moet betalen. Het bleek ineens allemaal misplaatste inbeelding. Zíj was jong. Ik had alleen maar mijn tijd uit het oog verloren.

Ik keek naar haar en likte haar frisse praatjes op. Gekke plannen had ze en levenslust, jongens toch, zoveel goesting had ze, in de toekomst! Of ze mooi was, vroeg ik me af. Eigenlijk niet zo. Maar haar wangen bloosden en haar ogen blonken. Haar haar was zacht, haar tas goedkoop en haar jeans spande op haar heupen. Haar botjes waren niet van leer. Ik besefte dat ik niet mocht kijken, maar ik deed het toch. Haar tieten waren jong en bleek. Ze lagen achteloos in een ondermaatse beha en ik vond ze mooi.

De lieve juffrouw charmeerde me totaal, ze had er geen gedacht van. Ik betaalde haar nog een cola light en bestelde koffie voor mezelf, en de oude man in mij. We zaten met zijn drieën in een suffe taverne. Zij praatte (over scoutsfuiven en herlaadkaarten) en wij zogen onszelf vol aan haar nectar. Ojee, dat was genieten. Ik durfde haast niet met mijn koekje roeren, bang dat het slap zou worden en af zou breken. Nog een geluk dat ik de oude man in mij sindsdien niet meer heb teruggezien. En voor de veiligheid geef ik ook geen interviews.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

3 gedachten over “De oude man (in mij)”

  1. De firma Lotus laat weten niet gediend te zijn van uw puberale fallussymboliek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *