De spitvork

Het zag eruit als een gevaarlijk tafereel, maar niemand nam enige aanstoot. Ik stond in de Brico bij de kassa met een spitvork. En als ik had gewild dan de toestand aardig uit de hand kunnen lopen. Ik had bijvoorbeeld de caissière kunnen aanprikken. Of de dikzak achter de infobalie. De spitvork was immers voorzien van vier  puntige tanden. Ik stond erbij als de nicht van Neptunus, heerseres der zoden. Of het leek erop dat ik reusachtig bezoek verwachtte, waarvoor ik enorm lekker ging koken. Want gewoon bestek kan zo’n spitvork niet heten.

Allemaal loze fantasie, want in de Brico gingen de dingen hun gewone gang. Ik schoof aan in de rij en niemand was bang. Het vertrouwen dat de samenleving in haar leden stelt, verbaast me soms. Niemand scheen zich af te vragen wat voor plannen ik heb. Gelukkig voor het gezelschap was de spitvork een onschuldige aanwinst voor mijn nieuwe bezigheid: tuinieren. Sinds kort zit ik namelijk met een lap grond en die grond moet omgewoeld. Ik doe het met de hand en met plezier. Spitten is arbeid in zijn puurste vorm. ‘s Avonds moe zijn omdat je wat hebt gedaan in plaats van alleen maar iets bedacht, het is eens wat anders.

Kortom, ik steek. Ik trap. Ik hang aan de steel en leg de donkere kluiten om. Je moet het op de werkvloer niet proberen. De wereld is aan de konkelfoezer. Of wat zegt wet 4 van de 48 wetten van de macht? Zeg altijd minder dan nodig is. Goddank dat grond geen vloer is. Wat je hier riekt is natte eerlijkheid, het koude compost van drie bladerjaren geleden.
Soms stop ik met steken om dichter te kijken. Er zitten opgerolde beestjes in de grond met heel veel pootjes, en gladde popjes waarvan je niet weet wat er is in gekropen en wie er straks weer uit zal kruipen. De wormen laten zich  verrassen gelijk onnozelaars. Dat hadden ze dus op een simpele zaterdag dus niet verwacht! Verschrikt wriemelen ze hun donkerroze lijven terug de duisternis in. Graven, mannen, graven! Ik vraag me af of ze deze aanslag voorgoed zullen onthouden.

Een mens zou vaker moeten spitten. Voeten op de grond, wetend waar het eindigen zal. Het maakt  de kopzorgen los. Ik steek, trap, hang aan de steel en geniet. Tot het ineens niet meer zo goed gaat. Het wrikt niet meer. Het steekt niet meer. Ik haal mijn vork uit de grond en aanschouw: één tand krom. En er is geen terugplooien aan. Ik stamp met mijn hele hebben en houden op de kromme tand, maar het helpt niet. Ik vloek op China. Want de beste spitvorken houden ze natuurlijk zelf. En de smidse is afgeschaft. De enige die dezer dagen nog in de buurt komt van een smid is Eddy van de steenweg. Hij is schoenmaker. Daar durf ik met mijn spitvork niet heen.

Heel even overweeg een hamer en een aansteker, om de boel om te buigen. Ik wou dat ik een aambeeld had. Ik wou dat ik wist wat arbeid is. Maar ik heb geen gerief en ik ken geen ambacht.   Trouwens, ik heb een blaar en mijn schouder doet pijn. Er is maar één ding dat ik kan doen: typen over een tuintje dat moet worden omgewoeld, veel makkelijker dan in de Brico aan de kassa gaan staan met een spitvork.

(eerder verschenen in Vacature)

7 gedachten over “De spitvork”

  1. Haha. Inderdaad. Dat is nu eens een prototype van een Eddy. Eddy van de Diestsesteenweg. Ik hoop stiekem dat ik de uitzondering ben die de regel bevestigt …

  2. Oh. Ik slenter hier nog eens langs. Ik kan het niet laten. Vandaag is het namelijk precies veertig jaar geleden dat mijn vroegere Ohio-nese/Ohio-aanse (?) buurman op de maan stond. Of is dit opnieuw een snelle leugen ? :-)

  3. Snelle Eddiefromohio, ook ik hang hier nog wat rond. Zo komen we elkaar nog eens tegen. Uw maanvraag kan alleen Stanley beantwoorden. Ik waag mij daar niet aan!

    (danku Tante dat wij in uw comments mogen babbelen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *