De stoel

Eén van de hoogtepunten uit mijn jonge leven was Jezus. Ik weet niet meer op welke dag, want het is lang geleden, maar op sommige dagen liepen wij in een wriemelende rij door de gang, voorbij de eetzaal naar de catecheseklas. Daar leerden wij over Jezus en over hoe hij in ons hartje zou komen. We oefenden met onze handen, papegaaiden van Amen en beeldden ons de hostie in. Ho, ho, ho de hostie. Nadien moesten we bidden en nadenken, met onze ogen toe. Ik hield mijn ogen zolang mogelijk toe. Om de kerkgemeenschap duidelijk te laten zien dat er speciale dingen aan de gang waren tussen mij en Jezus.

Op de mooiste dag van mijn leven stopte bij ons thuis de beige camionette van een traiteur. Daarin zat een inox schotel met een dikke zalm en een gelatinebloem van groenten. Zo’n vis was toen je van het. Om nog te zwijgen over het compleet ingewilligde verlanglijstje met een wereldbol, een juwelenkistje én een bureaustoel. ‘s Avonds schreef ik in het boek van Mijn eerste communie op de laatste bladzijde een gebed: Dankuwel, Jezus, dat U in mijn hartje wilde komen. En ook voor de bureaustoel. Tenslotte had de bureaustoel een staart met een pluim aan het eind. Dat hadden de meeste bureaustoelen niet in die tijd.

Na het godsvruchtige feest heb ik een flink jubileum op de bureaustoel gezeten. Maar sinds kort is de lol er definitief van af. De bureaustoel is al een hele poos slecht voor mijn professionele uitzicht. Het cachet is weg. De trots is op. Voortaan is de stoel een aanfluiting van mijn carrière. De vulling van de bruingevlekte zitting stulpt naar buiten en de rugleuning met de twee harige hoorntjes hangt scheef. Vroeger zat ik graag op de bureaustoel. Het zag er een beetje uit of ik op expeditie vertrok als berijder van een giraf. Het avontuur lokte en ik verdween langs kronkelige paden naar een nieuwe wereld.

Het is verleden tijd. Zoffie is een oud beest geworden op wie ik amper nog vooruit geraak. Daarom wil ik een nieuwe bureaustoel, een ernstig meubel dat afstraalt op mij en mijn arbeid zoals nieuwe lampen in de zonnebank van een weduwe met een witte neus. Een zittende professioneel moet niet pinnig willen doen over een bureaustoel. Goed gerief mag wat kosten. Duur komt de geloofwaardigheid van een mens vaak ten goede. Anders zou een Nissan Micra net zo goed een directiewagen kunnen zijn. Of zouden contracten net zo goed kunnen worden ondertekend  met een vulpen van Winnie the Pooh.

Enfin, de giraf gaat eruit. Dit is het begin van een nieuw professioneel tijdperk met bijpassende bureaustoel. Ik heb al een model in gedachte. Ik wil een Maarten Van Severen .04, met wieltjes  en zonder armsteunen, samen goed voor een euro of 700. Het is veel geld, maar het is een hele mooie stoel. Vol van essentie en bedrieglijk eenvoudig. Het is de stoel zoals je die als zesjarige had kunnen tekenen. Met dit verschil dat je op de tekening van Maarten Van Severen écht kan zitten. Comfortabel ook nog. Kortom, een Maarten Van Severen .04 moet het wezen. Weldoeners kunnen zich melden. Jezus misschien? Mijn laatste hoogtepunt is tenslotte lang geleden.

(eerder verschenen in Vacature)

2 gedachten over “De stoel”

  1. Ik heb ook nog een koopje dat wegens verhuis van de hand moet. Geen Van Severen, maar zit ook goed. Van Drisag. Of is dat te gewoontjes?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *