De teloorgang van talent

Ria was een prachtig kuiken. Ze stond op Kapaza en ze kostte vijf euro. Je zag dat ze het in zich had. Ria was een neerhofdier, maar ik wenste haar een hoge vlucht toe. Daarom noemde ik haar Ria Valk. Het ging goed met Ria Valk. Ze zat op mijn schouder, ze at uit mijn hand en ze deed haar gevoeg op de spatiebalk. Als ze ‘s avonds in de doos moest, was het oorlog. Ria wilde mij mee in de doos. Dat kon niet.
Ten einde raad heb ik voor Ria een vriendin gezocht. Ook op Kapaza en ook voor vijf euro. Dat was Bomma. Bomma was niks speciaals. Ze had kromme pootjes, alsof ze met steunkousen geboren was. Ria liep met fiere tred over het gazon. Bomma hobbelde er gelijk een troela achteraan. Ze werden samen groot. Al werd Ria groter.

Ria Valk had schrik van niks. Ze stampte regenwormen uit de grond en ze vloog. Hoog, hoger en nog hoger dan in de kippenencyclopedie stond. Tot ze op zekere dag bij de buurvrouw zat. Ik belde aan met een oude gordijn om Ria Valk te vangen en terug mee naar huis te nemen. Terwijl ik op mijn knieën onder een laurierstruik zat, schoot Ria de buurvrouw over de kop. Het scheelde niet veel of ik had de buurvrouw onder mijn oude gordijn gevangen.

Enfin, een kwartier later zat ik terug thuis aan de keukentafel. Met kip en schaar. Ria was haar rechtervleugel kwijt en met links alleen zou ze nooit meer hoog vliegen. Aldus voorspelden de leden van het Kippenforum op internet. Bomma liet ik ongemoeid. Ze geraakte met moeite vooruit, laat staan omhoog. Het enige wat Bomma deed was achter Ria aanzitten en ruzie stoken voor wormen en pissebedden. Want zelf ving Bomma nooit wat. Bomma maakte wel eens een wandeling op de mesthoop, maar daar stopte het. Bomma leidde haar leven in afgunst en voorspelbaarheid. Ria niet. Ria is dood.

Op een middag kwam ik in de regen thuis, zag ik enkel Bomma in de tuin zitten. Ria Valk was weg. Echt weg, want bij de buurvrouw zat ze niet. En Bomma paradeerde op haar steunkousen door de drop alsof er niks aan de hand was. Ongerust ging ik bij de buurman bellen. ‘Ik heb slecht nieuws’, zei hij. ‘De kip is dood. Mijn hond…’ Maar toen had ik me al omgedraaid. Zijn hond, zijn hond, zijn mormelhond. Ik hoefde het allemaal niet te horen. En al helemaal niet toen hij vroeg of ik Ria Valk terug wilde hebben. Ze was tenslotte jong en plots gestorven, precies zoals in het slachthuis. Alstublieft zeg, Ria Valk, de prachtige kip met zoveel meer in haar mars. ‘Nee’, zei ik. En ik liep in de regen terug naar huis.

Intussen zijn we een hele poos verder en Bomma leeft nog steeds. Ze eet afval uit de keuken, ze legt af en toe een ei, en ze marcheert door de tuin gelijk een generaal op steunkousen. Niemand weet waarom, want verdiensten heeft Bomma niet, een brede kijk op de dingen nog veel minder. Ze heeft zich neergelegd bij het uitzicht van één onnozele achtertuin in België.

Nu zal de lezer zich misschien afvragen wat deze anekdote hier staat te doen. Dan zal ik hem zeggen dat dit helemaal geen anekdote is, maar een fabel over de teloorgang van talent en over hoe een lange carrière soms alleen een kwestie is van Bomma. Of dat niet treurig is.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

6 gedachten over “De teloorgang van talent”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *