De wrat

Ergens in dit land, Brusselbuurtig, staat een desk. Het is een mooie desk, ruim bemeten, voorzien van fris design en échte olijfbomen, tenminste in het atrium achter het glazen poortje.
Want niemand mag zomaar voorbij het poortje. Ook al staat het soms gewoon open. Geen gesol aan de desk. De receptioniste ligt als een kwaaie poes aan de ingang van de savanne. Ze kent het klappen van de zweep. Prutsers kan ze ruiken. Zenuwpezen lust ze rauw. Het is niet omdat Nancy receptioniste is dat er over Nancy kan worden heengelopen.

Het poortje gaat alleen open met een badge. Of als Nancy op het knopje duwt. Rap zijn is immer aangeraden, want als Nancy voor de tweede keer op het knopje drukt, gaat het poortje vliegensvlug terug dicht. Je zou verwachten dat Nancy genoegen schept in de gebeurlijke ongevallen, maar dat doet ze niet. Daar heeft ze geen tijd voor. Wie met zijn gerief komt vast te hangen tussen de deurtjes, moet zichzelf bevrijden, met of zonder kleerscheuren. Nancy heeft geen tijd voor leedvermaak.
Er staan drie koeriers voor te kruipen aan de desk. Pakjes worden gebracht en opgehaald. En de telefoon gaat. Wat denken ze wel! Nancy zomaar opbellen! Of ze niet zien misschien hoe druk het is aan de receptie! Nancy wil heus iedereen helpen, maar niet allemaal tegelijk. Alleen als je je koest houdt, loopt het misschien goed af.

Bij nader inzien ziet Nancy er een beetje gevaarlijk uit. Ze heeft dikke borsten ook, of haar blouse is te klein. Maar wee het gespuis dat durft te kijken wat het precies is, veel boezem of weinig stof. Nancy doet de receptie en wenst op niets anders te worden beoordeeld.
Wat is uw naam, vraagt ze. Voor wie komt ge? Van waar? Wat is uw nummerplaat? En hoe laat is het? Ik antwoord naar eer en geweten. Nancy neemt de telefoon: Chris! Ik heb hier ene Anne Holaerts die ze zegt dat ze komt solliciteren. Weet Nancy veel dat ik iemand kom interviewen voor een blad dat Vacature heet. Ik krijg een badge opgespeld. Nancy spelt mijn naam verkeerd, op zijn Frans, terwijl ik zo frivool nooit ben in de voormiddag.

Ik vraag me trouwens af waarvoor de speld moeten dienen. Ik denk dat het is om mijn bezoekerslijk te kunnen identificeren als het gebouw afbrandt. Nochtans is de badge bij brand volgens mij eerder weg dan mijn lijf, maar ik wil Nancy niet bezwaren met mijn besognes. Kritisch doen over de procedures, daar wordt Nancy niet vrolijk van. Een mens die naar binnen wil, zwijgt liever. Daarom wacht ik braaf in het salonnetje. Tot Nancy roept en ik door het poortje naar binnen mag.

Nancy houdt zich intussen bezig met de volgende bezoeker. Naam, nummerplaat, contact en uur van aankomst? De man in pak gehoorzaamt de receptioniste. Ward heet hij. Enzovoort. Nancy noteert plichtsgetrouw op de speld: Wrat in plaats van Ward. Ward durft niks te zeggen en neemt stilzwijgend plaats in hetzelfde salonnetje als ik. Op zijn badge staat: Wrat. De wrat lacht gegeneerd. Er is niks aan te doen. Nancy ziet er te gevaarlijk uit. En wratten zeggen nooit veel.

(eerder verschenen in Vacature met alweer een tekening van Klaas Verplancke)

2 gedachten over “De wrat”

  1. ‘t had een scène uit In de Gloria kunnen zijn … zijt ge zeker dat ge daar stiekem geen scenario’s hebt voor geschreven?

  2. Miene achternoam muigen ze waal in het frans shrieven
    dèt stuit eu bitsken sjieker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *