Dormicum®

Het was poliklinisch te doen. Binnen en buiten in één voormiddag, compleet met drie ton stress om het allemaal in het geheim geregeld te krijgen. Er paraderen al genoeg kwalen op kantoor. Het is een hobbelige stoet van aambeien, verstopping, harde slijmen en ontstekingen. Sommige collega’s kunnen gewoon hun mond niet houden. Het medelijden staat hun nader dan de privacy. Voor dat ene beetje compassie vertellen ze álles. Hun moeder heeft geen baarmoeder. Hun vader wacht op implantaten. Hun tante zit met een stijgbeugel van plastiek. Hun oudste zuster heeft een fistel. (Dáár ja. Jaag het anders maar eens door Google.) Het verhemelte van hun partner hangt los. En zelf moeten ze het met een versleten ventiel stellen. Al drie jaar!

Alles is erger dan dat van iedereen. Maakt de ene zich zorgen over een knobbeltje, dan haalt de ander prompt twéé knobbeltjes boven, gewoon ‘s middags bij de lunch. Echt waar, dat ze op het werk zijn geraakt is een wonder, een exempel van buitenaardse ijver. Een normaal mens was al lang thuis gebleven.
Enfin, ik hield alles liever stil. De ingreep stelde trouwens niks voor, maar was voor de rest wel een lelijke aanslag op de vanzelfsprekendheid. Ik moest om halfvijf opstaan om de lekken in de agenda preventief te stoppen. ‘s Middags wilde ik terug op kantoor zijn, professioneel, alsof er niks was gebeurd.

Vijf minuten voor afspraak kwam ik stijf van de adrenaline in het ziekenhuis aan. De verpleegster zei dat ik moest wachten. Ik bladerde door een oude Libelle en bad -Heer, zegen ons en ook de spijs die uw milde hand ons geeft- dat ik volgens schema om halftwaalf besneden en genezen naar mijn werk kon vertrekken. Ik moest nog dit en dat, zus en zo. En owee als die troela vandaag niet zou terugbellen. Dan liep alles weer in de miljoenen, kon ik de hele lamlendige boel weer bij elkaar vegen. Want jongens toch, als een mens niet alles zélf doet.

Ik moest een rare nachtpon aan, kampblauw en zonder achterkant. Daarmee moest ik op een bed van keukenrol gaan liggen. Het kon er allemaal nog wel bij. Dat het gedesinfecteerde volk nu maar maakte dat het opschoot. ‘Of ik nuchter was’, vroegen ze. Ja! ‘Of ik allergisch was?’ Nee! ‘Of ik mijn linkerarm wilde geven?’ Hier! Pak alles! ‘Het was voor de verdoving’, zeiden ze, ‘een spuitje met valium.’ Of het mij wat kon schelen? Nee! Juu! Nondedju! Plof die naald erin! En toen gebeurde er iets.
Het ging razendsnel. Het schoot door mijn ruggenmerg naar boven, vertraagde onder de rand van mijn verstand en kroop finaal onder mijn schedeldak naar binnen. Daar zwermde het uit over de achterkant van mijn hoofd. Het was warm. Het werd slap. Het was heerlijk. Het smolt en liep door mijn oor naar buiten, de hele ellendige ramdram, de baas, de onderbaas, de collega’s en de taken. In de plaats kwam een zoete onverschilligheid, die helaas van veel te korte duur was.
‘s Middag zat ik zonder iets te zeggen al terug op mijn stoel. Eerste werk? Midazolam googlen. Midazolam behoort tot de geneesmiddelengroep van benzodiazepinen, werkt rustgevend, en spierontspannend. Als Dormicum® verkrijgbaar in tabletvorm. Alleen op voorschrift. Goddank. Of er stond al een zak onder mijn bureau.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

5 gedachten over “Dormicum®”

  1. Doet mij denken aan toen ze mijn wijsheidstanden hebben weggesneden.

    Lag ik al van half negen op zo een bed, onvermijdelijk in te doezelen. Waarop een verpleegster mij om iets voor twaalf aan mijn elleboog wakker schudt met de melding: “Sta op, we moeten u in slaap doen.”

  2. Ik kreeg niet alleen de roes maar ook nog een geweldig schone anesthesist bij. Dat was mij het tripje wel. Jammer dat knappe anesthesisten zelfs niet op voorschrift te krijgen zijn.

  3. Tegen dat ik wakker was, had men de werkplek gelukkig al gesloten.

    Nadien trouwens vernomen dat het erg normaal is om uit dat soort van verdoving wakker te worden met een heel diep droef gevoel (ik, toen), ofwel met een zeer plastische erotische fantasie (ik helaas niet), soms tot vermaak van het verplegend personeel in de ontwaakzone. Want tussen waken en slapen droomt een mens al eens luidop.

    Misschien dat ik de verkeerde anestisist had;

  4. Ik had een Oosters uitziende anesthesist. Die vertelde me dat hij me even een borreltje ging serveren. Nadat hij me een voorproefje had gegeven en ik het goedkeurend had genoten vroeg ik wanneer de rest kwam. “Die heb je intussen al op”, zei hij. “Je begint al wakker te worden. Succes met de kater van de realiteit”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *