Eeltvriendjes

Zeg eens eerlijk, het allerkleinste teentje aan uw zomervoet, bent u daar tevreden mee? Uiteraard niet. Aan twee kanten niet. Of u liegt. Evolutionair zijn het twee mormels, met telkens drie kootjes op een hoop geknobbeld. Al 2000 jaar hebben ze geen nut meer, maar ze hangen er nog altijd aan. Achteloos, zoals dat in de geschiedenis voortdurend gaat. Niemand weet waarom. De plaats ontbreekt compleet, zelfs voor het teentje zelf. En dáár wil moeder natuur per se nog een nagel op. Wat voor nagel laat zich raden: een geblutst dekseltje in een zee van wild vlees. We kunnen raspen en schrapen tot bloedens toe, helpen doet het niet. De kleine teen is een anatomisch minkukel, te mottig voor alles.

Kortom, mijn eeltvriendjes zijn mij niet genegen. Ze dringen zichzelf te zeer op. En uw eeltvriendjes kunnen mij nog veel minder bekoren. Want het seizoen is weer begonnen. Eeltvriendjes zijn on the loose. In de winter worden ze weggemoffeld in sokken en botten. Dan verraden ze zich louter door bulten van leer. Maar deze dagen liggen ze te juichen in Birkenstocks, staren ze mij met zwarte oogjes aan op de bus en werken ze op de appetijt in een ijssalon. Ze verknoeien het prentje. Vooral als ze gelijk misselijke bootvluchtelingen over hun zoolbed hangen.
Storen doet het eigenlijk niet, maar tot blijdschap noopt het evenmin.

Een teentje dat tussen de riempjes van een sandaal probeert te ontsnappen, daar krijg ik de treurnis van, daar stokken mijn gedachten van. Of toch sedert een teenlezer uit de Kempen mij heeft wijsgemaakt dat mijn kleinste teentje mijn seksteentje is. Betrapt dat ik me toen voelde en gegeneerd dat ik sindsdien ben. Want mijn seksteentje is het enige niet. Andermans seksteentje doet mij nog meer twijfelen, bijvoorbeeld aan de zinnelijke niveau van het mensdom.

Of hebt u een teentje dat veel goeds voorspelt? Natuurlijk niet. Het heeft een krater van uitgelepelde likdoorns. Het heeft een brokkelnagel. Het duikt in krommigheid weg onder uw voorlaatste teen en die deugt ook al niet. En wee de geletterde man die uit beschaafd principe nooit sandalen draagt. Hij dacht misschien dat zulks goed was voor onze fantasie? Integendeel! Als we iemands tenen niet mogen zien betreft het zeker een ingegroeid slagveld van schimmelbleek en zwarte haren. Nog goed dat ik niet écht geloof in het verband tussen seks en eeltvriendjes. Tenenlezers zeggen maar wat, maar intussen is het kwaad geschied. Gesteld dat is nu eenmaal het begin van heel veel vieze bedenksels, onder andere over kleine teentjes.

Zat er zoveel gevoel niet in mijn eeltvriendjes -aaaaah de poot van de tafel- ik had ze al verwijderd, op de wijze van maffiabaas-met-snoeischaar. Met twee keer één knip zou ik een einde maken aan 2000 jaar nutteloosheid. Niet dus, wat onze teentjes ineens een reden van bestaan geeft. Eeltvriendjes, dames en heren, bewijzen dat het met de evolutie zo’n vaart niet loopt. We zijn nog altijd dezelfde onnozelaars als in het jaar nul. Zeker zij die tevreden zijn met het allerkleinste teentje aan hun zomervoet.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *