Een anti-economisch tafereel

Ja maar oma, zei mijn neefje, ik ben een speciale kapper. Bij mij moet je niet betalen. En daarmee werd ik getuige van een vreemdsoortig anti-economisch tafereel. Het was een slecht voorteken bovendien. Ik heb genoeg bazen geïnterviewd om te weten dat de commerce je in het bloed moet zitten. Wie het later ver zal schoppen, verhuurt zijn driewieler al in de kleuterklas, ruilt zijn geblutste appel voor drie prinskoeken en leurt met gebandwerkte kindertekeningen. Later verandert dat in geld vragen voor notities, uitstapjes organiseren met de studentenclub en zelf gratis in de bus zitten. Nee, mijn neefje was duidelijk niet voorzien van handelaarstalent.

Wie op zijn vierde geen geld wil van zijn grootmoeder, heeft het niet. Daar komt nooit méér van dan een geleasde Audi A3. Zulks ook nog beschouwen als speciaal is trouwens helemaal een slecht gedacht. Zelfs al kan je niks, dan nog moet je proberen om er munt uit te slaan. Niks kosten is wel het ergste wat een carrièremens lijden kan. Het volk heeft geen respect voor wat goedkoop is. Wie minder verdient, is nog de sul van dienst. Niet dat zoiets eerlijk is, maar de menselijke natuur is helaas niet eerlijk. Als je je vel niet duur verkoopt, verander je in een vloerkleed. Zo simpel is dat. Met een Q7 onder de kont heeft men alras meer in de pap te brokken. Maar mijn neefje wilde dus geen centen.

Enfin, mijn moeder zat op een heel klein stoeltje onder een oude bedsprei en de kapper droeg een vieze pyjama. De broek was tegelijk te groot en te kort. Ten bewijzen de elastieken spanning bovenaan en de  jonge kuiten met de blote voeten onderaan. Er werd mijn moeder uitgelegd dat het kappersgerief van de kermis kwam, gewonnen bij het vangen van tien smurfen. Bovendien moest oma goed verstaan dat de spullen niet konden worden meegenomen. Alles was van bij mijn thuis, zei de kapper. Daarna deed hij haar met veel pshht en ontsnapt speeksel geloven dat haar haar werd nat gemaakt. Hij was slordig met de kam, had geen schaar en föhnde mijn moeder vanop een belachelijke afstand. Kortom, de service trok op niks.

Voor mijn moeder was het echter geen bezwaar. Laat dat nu het voordeel zijn van grootmoeders. Ze lopen over van liefde voor hun nageslacht. Ze vinden het wat leuk om gefopt te worden door hun kleinkinderen. De kritische ingesteldheid jegens hun kleinkinderen is omgekeerd evenredig met die jegens hun oude kinderen. Geen enkele klant valt zo makkelijk te foppen als opa en oma. De kleine kapper had mijn moeder even goed tot bloedens toe in de oorschelp kunnen happen, dan nog had hij 20 euro kunnen aanrekenen. Maar goed, hij wilde dus niks. Omdat hij een speciale kapper was. Desalniettemin werd ik gesommeerd om het mannetje een cent te geven. Ik betaal het je straks wel terug, zei mijn moeder. Waarna ik twee ellendige, rosse centen uit mijn portemonnee opdiepte, samen goed voor 0,02 euro. Later op de avond heb ik mijn moeder, intresten en service inclusief, een volle euro teruggevraagd. Dat noem ik nu een speciaal economisch tafereel. Met mij wordt nu eenmaal niet gesold. Ik word later wel rijk.

(eerder verschenen in Vacature)

4 gedachten over “Een anti-economisch tafereel”

  1. Ik ben er als negenjarige nog in geslaagd om een half pak frieten tweedehands te verkopen aan een klasgenoot. Heeft niks geholpen.

  2. Foei tante, je had je neefje moeten vragen of hij jouw haar ook wilde ‘doen’, en hem daarna een euro moeten geven. Neefjes hebben recht op de goodwill van oma’s, én van tantes! Misschien hebt ge zijn ego wel in de kiem gesmoord!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *