Een ijsje

Ik ben geen voorstander van kinderen, of toch niet in hun eigen genre. Hun wezen is per definitie onbeleefd. De natuur laat hen geen goede manieren toe. Het is weliswaar hun schuld niet, maar dat  is nog geen reden om ze te vertrouwen.
Het mag een zegen heten dat kinderen zo klein zijn. Of ze hadden onze zuurverdiende beschaving allang aan gruizelementen geslagen. Goddank staat er een heel leger kleuterjuffen met getrokken zwaard aan de poorten van ons goed fatsoen. Want kinderen zijn opgetrokken uit onmiddellijke driften. Eigenlijk zijn ze de mens in zijn puurste vorm: boosaardig.
Bovendien hebben de meeste kinderen een ellendig gevoel voor humor. Tenzij per ongeluk. Want per ongeluk zijn kinderen meesterlijk. Vooral als ze hun commentaar geven op iets wat door veel grote mensen wordt beschouwd als het allerhoogste goed: hun carrière.

Kinderen zijn zelf de maat van alle dingen. Ze hebben geen besef van hun plaats in de wereld. Hun context zit hen te nauw om het lijf. Er is dien verstande maar één ding dat telt: hun eigen welbehagen. Zulks maakt dat kinderen compleet statusongevoelig zijn. In tijden van algemene stoef is zoiets een verademing. Leasinglijsten, business seats en visitekaartjes met offsetvernis, het kan de kleine mens niet schelen. Hij draait ongegeneerd worst van alle ambitie.
Ten bewijze het jongetje dat ik een poos geleden moest interviewen. Het was een straf voor beide partijen. Ik vreesde zijn vulgariteit en hij was bij voorbaat niet geïnteresseerd. Bovendien moest ik hem bevragen over de work life balance van zijn ouders, casu twee flink opgeschoten managers met alles erop en eraan.
Het driejarige mensenmannetje zat aan de ontbijttafel met een beker fruitsap en mandje koffiekoeken. Hij gunde mij geen blik. Hij plukte op kleverige wijze aan het bladerdeeg van zijn chocoladekoek en vrat al doende mijn tien jaar journalistieke ervaring op. En dan had ik het onderwerp van ons gesprek niet eens aangesneden: de work life balance van mama en papa. Ik durfde er niet over te beginnen.

Ik koos voor een trage dood en sprak de ondermaatse interviewee voorzichtig toe. Dag Sébastien, wat doet jouw papa voor werk? Sebastien gaf geen kik, dwong me op de knieën en ik stelde de vraag opnieuw. Daarna keek hij ongeïnteresseerd op van zijn deeg en antwoordde met allesverslindende vanzelfsprekendheid: Papa rijdt het gras af. En mama? Mama smeerde boterhammen. Tot zover de status van twee managers met een ferme groepsverzekering (bril en kunstgebit terugbetaald!) en ieder een corporate BMW 5 onder de kont. Ik kreeg op slag zin in meer
boosaardigheid.
Wat Sébastien later zelf wilde worden, vroeg ik. Zijn ouders keken bang uit naar de toekomstplannen van hun zoon en vroegen of hij nog wat fruitsap wilde. Met zijn mond vol chocoladekoek gebaarde hij van ja. Daarna smakte Sébastien nog één keer, veegde zijn pootjes af aan het tafellaken, liet een dikke draad speeksel op het hoogpolige tapijt vallen en meldde toen met heldere stem: Ik word later een ijsje.

4 gedachten over “Een ijsje”

  1. Als kinderen qua uiterlijk niet zo schattig zouden zijn dan liepen de Vlaamse bossen, weiden en KMO-zones nu vol achtergelaten en hongerende kinderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *