Een kaft voor iedereen

De job was een aardbeitaartje, een jonge hond en een glas champagne in de zon. Logischerwijs wilde iedereen de job hebben. Maar wie er allemaal had gesolliciteerd, was een groot geheim. De brieven zaten in een kaft, twee kaften, drie kaften, vier kaften. Het maakte niet uit hoeveel kaften. Het was toch geheim. Bovendien hoefde je niet te weten wie in de kaft zat. Je kon er zo ook wel monkelen met de onnozelaars die erin waren blijven steken. Gewogen, te licht bevonden en twee gaatjes gekregen van de perforator.

Ik was ze allemaal te slim af geweest met het talent aan mijn haak. Bij mij was de dobber onder gegaan. Ik had de openstaande betrekking opgehaald aan een nylondraad, in een rieten mandje gestopt en mee naar huis genomen. Woeha! Het was een karper van een job, dikke, dikke vis. Iedereen was jaloers. Of je nu in de kaft zat of niet, desnoods beweerde dat je er niet in zat. Iedereen wilde likken aan de glans van het succes. Ik weet nog waar ik stond toen ze belden dat ik mocht beginnen, op de hoek van de Vesaliusstraat. De job was van mij. En of dat deugd deed aan het hartje? En dat van mijn moeder!

Het plezier en de goesting schoten door mijn knoken naar mijn nieuwe schoenen en terug. Ik kreeg een bureau met een ladenblok die op slot kon én een gsm. Van. Het. Werk! De eerste werkdag gingen we ergens eten om nader kennis te maken. Héél gezellig! Ik mocht bestellen wat ik wilde. Het werden asperges op Mechelse wijze, met daarbij een glas witte wijn. Samen goed voor 17 euro. Zo duur had ik nog nooit gegeten, op andermans kosten niet en op eigen kosten al helemaal niet. De verwachtingen waren hooggespannen, zo hoog dat ik er met mijn stem niet bij kon. Ik geloof niet dat ik die middag veel heb gezegd. Het kon de pret niet drukken. Ik ben nu eenmaal altijd luidruchtiger geweest op schrift.

Het was scoren in de vriendenkring want op mijn nieuwe werk liepen de BV’s in en uit. Op het toilet kon je grote namen tegenkomen. Of boven, in de keuken. De grot van Ali Baba lag op een bedrijventerrein in Zaventem en mijn Fiesta stond er geparkeerd. In ruil deed ik mijn ongebreidelde best. Het hielp helaas niet.

Op een ochtend riep de baas iedereen rond de tafel. Hij had slecht nieuws. Het was gedaan, voor iedereen tegelijk. Ik durfde mijn moeder niet bellen. Trouwens, ze had het al lang op de radio gehoord. In minder dan een kwartier wist het hele land dat ik een werkloze was. Terwijl de concurrenten al stonden te drummen om te zeggen dat ze het altijd al hadden voorspeld.

Iedereen drukte erop dat het mijn schuld niet was, dat het aan hogere plannen lag, dat ik er niks aan kon doen. Desalniettemin waren de teleurstelling en de schaamte totaal persoonlijk, helemaal van mij. Het aardbeitaartje, de jonge hond en de warme zomeravond kletsten mij achterstevoren in het gezicht, de drol van een oude teef in de regen. Mijn cv kreeg twee gaatjes en verdween prompt in een andere kaft, twee kaften, drie kaften, vier kaften. Het maakt niet uit hoeveel kaften. Er is een kaft voor iedereen (€ 1.00 bij Carrefour).

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

6 gedachten over “Een kaft voor iedereen”

  1. Laatst nog op een salontafel in een wachtkamer een Bonanza gelezen. Dat waren tijden!

  2. Oude dozen, die al veel meegemaakt en gezien hebben, die hun klassiekers kennen, en die zelfs de lettertjes op een chocopot lezen als er niks beters voorhanden is … die moet je niet onderschatten he.

  3. Wat moet ik hier op zeggen? Ik ben veel later aan boord van het – structureel zinkende – schip gekomen. Ik herinner me alleen onze eerste ontmoeting. Jij had toen twee oorbellen aan. Dat was vrij normaal. Maar het waren er toen twee verschillende. Heb je me toen gezegd: ” Thuis heb ik nog zo een paar”? Ik weet het niet meer. Maar ik was meteen verkocht. En net deze week ontmoet ik PM (weet je nog) waar Bart altijd rondhing om in de kloven van haar décolleté te gluren? Weet je nog? Of was jij daar toen niet mee bezig. Altijd op weg naar weer iemand met een raar beroep. Ik kan geen karretje meer vastpakken in de Delhaize, zonder aan jou te denken. Of toch, want je bent getrouwd, aan de reportage die je voor ons maakte over de man die de wieltjes herstelde van die karretjes. “Wat doen die mensen daar toch allemaal mee”, hoor ik hem nog gillen, middels wat jij toen schreef.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *