Een kot voor Irène

Mijn kot was klein, twee bij drie meter onder het dak. Het raam keek uit over het Ladeuzeplein in Leuven. De gemeenschappelijke frigo stond op de gang. Maar om redenen van rust en privacy probeerde ik melk, charcuterie en Liebfraumilch (49 frank voor een fles!) koel te houden in de dakgoot. Het was geen weelde. En dat kwam allemaal omdat ik te laat was. Wie een fatsoenlijk kot wil, moet niet wachten tot het september is. Laat het een tip wezen voor Irène. Want Irène is op zoek naar een kot. Nu nog. Terwijl iedereen het nieuwe schooljaar al kan ruiken.

Irène is schoonmaakster op kantoor. En Irène heeft geen thuis meer. Haar echtgenoot is kwaad. Zo kwaad dat hij haar heeft buiten gekegeld. Irène heeft seksueel verkeer gehad met de baas. Die heeft er vervolgens een vieze sms aan gewijd, welke de man van Irène heeft onderschept. Daarom logeert Irène voorlopig op kantoor. In het bureel van de baas staat een tuinstoel. Daar leest Irène Dag Allemaal als ze klaar is met poetsen. Slapen doet ze op een veldbed tussen de balpennen, de nietjes en de rollen plakband. Haar tandenborstel staat op het toilet. Ontbijten doet ze met  warme chocomelk uit de koffieautomaat. De baas brengt iedere morgen broodjes mee.

Dat het zo niet langer kan, weet iedereen. De toestand vreet aan de autoriteit van de baas.  Sommige collega’s hebben zich nu al luidop afgevraagd of de baas zijn gezag links dan wel rechts draagt. En ook Irène wordt er niet vrolijker van. Soms zit ze met natte ogen op haar tuinstoel, kan zelfs de ellende in Dag Allemaal haar niet meer troosten.
Daarom surft de baas iedere middag naar Kotwijs, het online kamerbestand van de universiteit. Hij zoekt een kot voor Irène. Dringend. Want al is Irène hem zeer genegen, zelf kan de baas haar maar moeilijk in huis nemen. Irène zou zijn huwelijk meer kwaad doen dan goed. Dat hij haar iedere avond Slaapwel (hvj xx ivo) sms’t is al een heikele onderneming.

De baas zoekt een kot voor Irène. De vrouw van de baas zoekt een kot voor hun zoon Jonas. De parallellen van hun huwelijk zijn pijnlijk, ook al doet de baas er alles aan om meer verdriet te voorkomen. Het kan niet zijn dat Jonas en Irène straks een koelkast moeten delen op de gang. Kortom, voor het kot van Irène is er maar één criterium zijnde het adres. De baas let wel op waar hij een kot zoekt voor Irène.

Iedereen kan het horen als de baas belt. En niemand heeft veel nodig om te kunnen volgen. Irène studeert niks, nee. Irène is 39 jaar, ja. Ze werkt. Het is een noodgeval. Ja maar, allez!  Irène geeft niet om comfort. Een bed en een lavabo zijn genoeg. Als het maar proper is. Nee, Irène ontvangt niet. Ja zeg, dan niet he. Alle gesprekken eindigen op dezelfde manier. De baas legt de telefoon neer en besluit boos met Beunhaas. Daarna belt hij opnieuw, naar een andere particulier die kamers verhuurt. Want Irène zelf heeft het al lang opgegeven. Zij moet al janken nog voor ze voorbij de 016 van Leuven heeft getiptoetst. Enfin, de baas en Irène zijn te laat voor een goed kot, maar op kantoor duimen ze allemaal voor een dakgoot met een fles Sancerre. De baas heeft tenslotte iets kleins goed te maken.

(eerder verschenen in Vacature)

5 gedachten over “Een kot voor Irène”

  1. What a story! En dan doel ik zowel op de inhoud als op de za-li-ge wijze waarop je dit aan het scherm hebt toevertrouwd.

  2. Het lijkt het verhaal van een Matroesjka, maar is het gelukkig niet. Het zal ook wel een kleine baas zijn, anders zocht hij wel een warme studio, uit het zicht van de studenten .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *