Emma De Prins, mijn middelares van troost

Het scheelde niet veel of ze hadden haar doorgeschakeld: Emma De Prins, secretaris-generaal van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Zou dat even slecht zijn geweest voor de legende! Ik koester namelijk bewondering voor Emma De Prins, maar ik belijd die bewondering liefst op afstand. Een mensenkind benadert zijn helden maar beter niet te dicht. Niet dat ik Emma De Prins van banaliteiten zou durven verdenken. Ik verkies gewoon de veiligheid van de mythe. Ik wilde haar niet horen.

Desondanks werd zij aan de telefoon geroepen. Er speelde een wachtmuziekje en uit beleefdheid bleef ik aan de lijn. Want eigenlijk had ik liever onmiddellijk neergelegd. Ik was bang voor haar stem. En ik bestierf het bij de gedachte haar een vraag te moeten stellen. Nooit zou dat een interessante vraag kunnen zijn. Trouwens, het was een stomme vraag. Of de Kamer sluit tijdens de paasvakantie. Omdat ik Emma De Prins anders zou moeten missen. Het laatste liet ik weliswaar achterwege, maar voor de Kamer had het geen verschil gemaakt.

De ambtenaren aan de telefoon bejegenden mij met respect en professionaliteit. Ik had niets anders verwacht. Tenslotte heeft Emma De Prins sinds 15 oktober 2009 de hoge leiding over de diensten en het personeel van de Kamer. Zij doet haar werk met grote ernst en toewijding. Dat kun je zien als ze op tv komt. Haar bureau is een hoekje van niks, maar het staat op het parlementaire spreekgestoelte, trapjes hoger dan de redenaar, trapjes hoger dan de voorzitter. En hoewel zij hoegenaamd de aandacht niet wil trekken, kijk ik alleen maar naar haar. Los van vragen, antwoorden en commentaren.

Het speeksel van het parlement kan mij niet bekoren. Dat iedereen maar spuwt en lispelt, verontwaardigd doet over de gang van zaken in dit zakdoekland, trots is op verwezenlijkingen en weekendinterviews. Het geraas en het gestook gaan aan mij voorbij sinds ik Emma De Prins heb ontdekt. Zij zegt niets, maar zij ziet alles. Haar blik op het halfrond is goud waard. Ik weet niet of ik het meewarig mag noemen. Maar ik geloof niet dat er één democratische frats bestaat die nog niet in haar kaartenbak zit. Alle verbazing schijnt haar vreemd. Emma De Prins is mijn middelares van troost.

Facebook ten spijt, de teloorgang van het christelijke middenveld, de jeugd van tegenwoordig, het gat van 300 miljoen en de ommezwaai inzake mensen met sjaals op hun hoofd, het zijn géén exclusieve tijden. Het zijn alleen maar varianten op hetzelfde thema. Trouwens, Emma De Prins zit niet op Facebook. Emma De Prins doet haar werk en geeft geen kik. Het is een genot om haar in de weer te zien. Hoe zij dingen fluistert in de oren van Flahaut: onpartijdig. Hoe zij dossiers inkijkt: doortastend. Hoe zij belt met haar bakelieten telefoon: nooit en van geen enkele boodschap onder de indruk.

Goddank was ze al met iemand anders aan het telefoneren of ik had Emma De Prins vorige week aan de lijn gekregen. Over hoe het met de paasvakantie zit in de Kamer, nota bene omdat ik vreesde het vermaak van haar secretaris-generaal te moeten ontberen.
Of ik tegen elf uur wilde terugbellen, vroegen ze. Ik heb het niet gedaan. Intussen had ik al opgezocht dat Villa Politica wel met vakantie is en dat Actua TV geen parlementaire vragenuurtjes uitzendt tijdens schoolvakanties. Deze week is het dus behelpen met de nieuwscarrousel. Maar dit mensenkind houdt moed, vertrouwend op Emma De Prins, voor wie geen bocht te gek is.

(eerder verschenen in De Standaard)

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *