Geheime pendelliefdes

Pendelaars hebben geheime liefdeslevens. Je zou het nochtans niet zeggen als je ze ‘s ochtends met hun wang tegen het raam van de intercity ziet hangen. Nog minder zou je het geloven als je ‘s morgens in Leuven de lucht proeft van heel ijverig Hasselt dat zonder ontbijt naar het werk is vertrokken. Rozengeur is anders.
Evenmin versta je het ‘s avonds, als ze met fietsklemmen om hun enkels een Brompton staan op te plooien op het perron van Berchem. Er is de man met de vette schilfers van een chocobroodje op zijn schoot. Er is het meisje dat net zolang in haar haar krabt tot ze het korstje te pakken heeft.
Het geluk is de stilte. Want meestal wordt er op de trein weinig verteld. Maar jongens toch als het wel gebeurt. De trein is erger dan Facebook. Een greep uit de klachten waarmee de pendelaar een coupé om de oren kan slaan: dat het toch erg is hoe de taal verloedert, dat die Carlos Brito van InBev een gangster is, dat de miserie van Femke in Thuis dik overdreven is en waarom een trein eigenlijk in iets als Melkouwen moet stoppen.

Probeer in zulke omstandigheden maar eens verliefd te worden. Ik vind het raar, maar pendelaars hebben er schijnbaar geen moeite mee. Want wat staat er alle dagen in het slapgelezen krantje van de pendelaar? Ik ben blij dat het weekend gedaan is, want zo kan ik weer elke dag genieten van de prachtige glimlach van de geweldig knappe, blonde meisje dat elke dag opstapt om 7.39 uur in Schaarbeek en spoort tot Brussel-Centraal. You make my day. Speciaal voor jouw dit kleine berichtje omdat jij dit verdient! Ik ga niks zeggen over het verkeerde geslacht van het meisje. En ik ga ook niks zeggen over de klassieke verwarring tussen een bezittelijk voornaamwoord en een persoonlijk voornaamwoord. Tenslotte stap ik nooit op in Schaarbeek en al helemaal niet om halfacht ‘s morgens. Alles wat ik van de pendelliefde weet, heb ik uit de beduimelde gazetjes die iedereen laat liggen. Geen idee of het treurig is.

Ik ben geen regelmatige pendelaar. Ik reis meestal op het uur van de lege wagon. Op die manier is het niet makkelijk om het voorwerp te worden van andermans begeerte. Romantiek op de trein beperkt zich daardoor tot het hartje van de spoorwegen op de jas van de treinbegeleider. Maar voor de zekerheid kijk ik de geheime pendelaarsrubriek graag na. En telkens heb ik de hoop om erbij te horen. De jongen met het boek en de koptelefoon en de sexy nurth bril op de p-trein naar Sint-Niklaas ben ik alvast niet. Ik zou overingens nooit gecharmeerd kunnen raken door iemand die zulke knotsen van spelfouten uitbraakt. Maar heel soms lijkt het alsof ik mezelf in de pendelaarsliefde herken.
“Hoe laat is het?” vroeg je me woensdagavond in Coffee Club (Brussel-Noord). “18u45”, antwoordde ik. Wat later stapten we samen op de trein naar Gent-Sint-Pieters. Helaas zat ik niet naast je. Ik had je willen vragen welk boek je las, hoe je heet en wat je in Brussel deed… Vanavond droom ik weer over je, schitterend, klein, Afrikaans meisje. Nondedju, pendelaars zijn lelijke aanpappers. Nog goed dat ze het in het geheim doen.

(eerder verschenen in Vacature Magazine, met een tekening van Klaas Verplancke)

3 gedachten over “Geheime pendelliefdes”

  1. De pendelaar dankt u voor dit stuk. En hoopt u eens tegen te komen op de trein, om er vervolgens een fijn stuk poëzie over te plegen en dat te publiceren in de Metro. Doe alvast uw schoonste kleed aan.

  2. Wat een mooi verhaal om te lezen. En die schilfers en dat korstje! Ik vind dat u superleuk schrijft. Groetjes,
    Lara

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *