Gij zijt de markt, Josée

Worsten, Josée! Van die worsten hebt ge nog nooit gezien. Dikke, witte, zo lang dat dat ze met hun knoopkes van de barbikuu hingen. Ze konden er gewoon niet op, zo groot waren die worsten! Het waren er vijf, voor maar vijf euro in de Lidl. Het is een flard uit bus 271 richting centrum. Ik keek naar Josée en naar haar vriendin. Ze hadden geen taille en zochten het geluk in een worst. Vijf euro voor vijf dikke, witte, het is geen geld. Wie daar niet blij van wordt, is een luxetrut. Maar ik keek toch kwaad.

Josée, wilde ik zeggen, geloof niet in het geluk van goedkope worsten. Denk aan de slachthuizen in Duitsland en wie daar ‘s nachts varkens staat te versnijden. Arme luizen uit het Oostblok, Josée. En denk aan de varkens, de varkens uit de worst. Er is een boer geweest, Josée, die zich de hele dag zorgen heeft gemaakt over al die varkensdrollen. Want één drol te veel kost een pak geld. En van één varken wordt hij niet rijk. Van één varken gaat hij dood aan de wetten van de economie. Daarom bestelt hij ook goedkoop voer en heeft hij een spuit. Van die spuit wordt een varken rap groot en zit het sneller in uw worst, Josée.

Luister goed naar wat ik zeg: Gij zijt de markt, Josée. Het is omdat ze u gelukkig maken dat worsten zo goedkoop zijn. Het is niet alleen Angela Merkel haar schuld dat sommige mensen in een stapelbed van het slachthuis moeten blijven slapen. Het komt niet alleen door de lelijke concurrentie dat een varkensboer zich soms ophangt in zijn stal. Net zomin als twee gezusters zeug elkaar de krulstaart afbijten louter van de zenuwen. Iedereen gaat door het slijk, Josée, voor uw geluk. Gij Josée, gij en uw vriendin, gij zoudt niet blij mogen worden van vijf witte worsten voor vijf euro. Zonder uw hebzucht zou de wereld er helemaal anders uitzien.

Maar ik zei dus niets. Ik keek alleen maar kwaad. Het was halftien en ik voelde in mijn handtas of het flesje 4711 er nog zat. Tenslotte was ik onderweg naar de hoogmis der inhaligheid. De koopjes begonnen vandaag. En iedereen weet hoe pashokjes op deze dagen kunnen stinken. Het is de geur van het eigen profijt. Niets is zo wijd verspreid als dat, maar vandaag kon je het weer ruiken. Daarom was ik gewapend met 4711. Ik spoot een keer voor Josée, ik spoot een keer voor de vriendin van Josée en stapte af. Want economie is de hebzucht van anderen. Nietwaar?

 

(eerder verschenen in De Standaard Avond)

3 gedachten over “Gij zijt de markt, Josée”

  1. dag An, blij dat je dit schrijft ! triestig om het te moeten lezen….
    Vroeger mochten mensen niet kiezen. vandaag kunnen ze niet meer kiezen, dus proberen ze maar alles te hebben. en dat kan alleen maar door alles zo goedkoop mogelijk te hebben.
    wij zijn een kmo, voedingsbedrijf, en geloof me, het is nog erger dan je schrijft…de dag is gekomen dat innovatie er al lang niet meer voor zorgt dat we goedkoper eten aan dezelfde kwaliteit. de prijsdruk is te hoog. mensen zullen nog liever 5 dagen goedkope witte ROTworst eten dan hun internetrekening niet te kunnen betalen om te kunnen facebooken in dat stinkende paskotje van je ;-).
    hopelijk kunnen we gauw ons eten 3D-printen, dan ziet niemand meer welk goedkoop eten we dagelijks verorberen. op zaterdagavond koken we dan nog wel met verse groenten van bij de boer om de hoek.
    vele groeten
    van een ondernemer in prijs euh sorry in voeding
    stijn

  2. En zo gaat het niet alleen met eten. Ook als we een auto of kledij kopen, kopen we die liefst zo goedkoop mogelijk (Made in India / China/ Russia); ook al willen we zelf wél 10 to 20 keer meer loon per uur optrekken dan die arme stumperds die die goedkope kledij voor ons maken. En zo gaan we allemaal de dieperik in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *