Goddank, goddank. Pizzewizze.

Stress is gelijk het vogelrijk, veelsoortig en divers van gepluimte. Ik kan het weten want ik heb sinds kort een vogelgids. Trefzeker herkennen in drie stappen, zo prijst het boek zichzelf aan. Mannetje zwart. Vrouwtje donkerbruin. Snavel en oogring bij volwassen mannetje geel. Daarna doet de vogelgids voor hoe de vogel klinkt. Derriegie doek-doek. Het is dat ik weet hoe een merel eruitziet. Ik zou hem anders nooit herkennen.

Desalniettemin is de vogelgids een plezier in huis. Zit er een gekke mus op de schutting, met een wit pluiskopje en een lange staart, dan blijkt het al ras om een staartmees te gaan. Roept hoog sie-sie-sie, meestal gevolgd door een snorrend tserrr, zegt de vogelgids.

Op de duur zit een mens overal aardigheden zitten, een vink op een bushokje, een koolmees bij de buren, een roodborstje in het park. Telkens volgt een kleine verrukking die niets kost. Het verklaart de lol van menig vogelaar.

Met stress is het niet anders. Ook stress komt voor in allerlei maten en gewichten. Wie een beetje oplet zal verbaasd staan over de kleurige verschijningsvormen van stress. Mannetje kwaad. Vrouwtje treurig. Slaan met de deur. Zingen vierlettergrepig Als gij niet rap, als gij niet rap. Het is de grijskopmiserie. Nog eentje. Mannetje zeer klein, kort lichaam. Vrouwtje grote keel. Zitten na drie uur nog in het bedrijfsrestaurant. Snerpend Gij moet mij niet, gij moet mij niet, gevolgd door Och jong. Het is de ruzieling. Zeer algemeen voorkomen en wijd verspreide stressvogel in gangen, lobby’s en toiletten. Laat zich makkelijk horen en zien. Nog eentje? Lange poten. Hoge borst. Grote snavel. Het is de rotborst. Roep lijkt op die van de truthaan maar klinkt scheller Wat ik zeg, wat ik zeg, gevolgd door Kunt gij niet luisteren.

Laatst zat ik in de trein van Antwerpen richting Hasselt, toen in Berchem een stressvogel opstapte van een zeldzaam pluimage. Hij ging met een diepe zucht zitten en haalde een curryschotel uit zijn boekentas. Heel de dag geen tijd, heel de dag geen tijd, tjilpte hij. Hij scheurde het kartonnetje van de curryschotel open, rommelde nog eens in zijn boektas en prikte het plastieken vel kapot met de achterkant van een lepel. Het vacuümvel krulde over de gele saus waarna de stressvogel de curryschotel naar binnen werkte. Koud en smakeloos. Mannetje met rode bovenkop. Vrouwtje zonder rood. Korte, opwippende staart. Het was een bonte werkpieper.

Enfin, ik moest hem laten, want ik moest plassen. Helaas, zo dringend dat het op de trein moest. Het eerstvolgende toiletje tussen twee coupés was bezet. Toen de deur openging kwamen twéé mannen naar buiten. Ze hadden een snor en ze lachten. Ik heb helemaal niets tegen de seksuele voorkeur van twéé vogels, maar ik wilde toch liever ergens anders plassen. Benepen liep ik door een stuk of vijf coupés. Deur open, deur toe, wiebelstaal met harmonica. Tot ik tussen Booischot en Begijnendijk een toilet vond dat vrij was. Goddank, goddank. Pizzewizze. Niet alleen stress is veelsoortig en divers van gepluimte. Ook geluk doet soms een beetje raar.

(eerder verschenen in Vacature Magazine met een tekening van Klaas Verplancke)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *