Groetjes uit het land van Weerwerk

Hier niet zo ver vandaan ligt een niet zo vrolijk land. Op het wapenschild staan vijf tranen en een stille trom. De vlaggen hangen slap. De straatstenen zijn hard. De bewoners krijgen iedere middag twijfel op hun bord. En een volkslied is er niet. Veel liever heft elkeen zijn eigen klaagzang aan. Welkom in het Land van Weerwerk. De poorten staan altijd open en er is beddengoed  met hopen. Waar een baas ergens een deur dichtslaat, kriept in het Land van Weerwerk een valluik open.

Het Land van Weerwerk heeft een hoofdstad die erg vlot te te bereiken is. In Betwienjops rijden de bussen alle dagen. Aan het station staan iedere avond nieuwe mensen te draaien. Sommigen dragen bagage met ingedeukte wangen. Anderen zitten bij hun eigen pakken neer. Nochtans is het Land van Weerwerk geen oord voor vakantiegangers. Geen werk hebben is veel leger dan het woord lui ooit kan omspannen. Wie eerder in het Land van Weerwerk is geweest, weet waarover ik spreek. Naar het Land van Weerwerk trek je niet om te ontspannen.

De nieuwe Weerwerkers krijgen bij aankomst onmiddellijk een couponnetje in de knuistjes gedrukt. Ze moeten het daags nadien op het stadhuis gaan ruilen voor een pikhouweel. In het Land van Weerwerk zit het schema zo strak als het vel van een cervela. ‘s Ochtends wordt er verplicht gegraven. Naar nieuwe puf. ‘s Middags is er meestal geen honger. Na de lunch moeten er letters worden geklopt. Voor mooie praat in brieven en cv’s. Alleen wie ergens op gesprek wordt uitgenodigd kan reglementair verzaken aan de orde van de dag.

Zo ook voor Weerwerker nr. 14082002. Nadat de baas haar bedankte voor geleverde diensten, betrok zij een klein kelderpand in de binnenstad van Betwienjops. Ze had twee kamers ter beschikking. Eentje om te slapen en eentje voor de rest. De badkamer en het toilet deelde ze met twee andere Weerwerkers. Overdag zocht zij net als iedereen naar nieuwe puf en kapte ze letters voor meer mooie praat. ‘s Avonds nam zij de post door. Daarbij liepen de dingen onlangs bloedig uit de hand.

Weerwerker nr. 14082002 had namelijk twee gevoelige plekken. Eén: taalfouten. Twee: HR-managers. Nodeloos te vertellen dat een taalfout van een HR-manager haar ferm op de zenuwen werkte. Met de afwijzingen had zij sinds ze in het Land van Weerwerk verbleef, leren omgaan. Maar van het zinsdeel uw kandidatuur werd jammer genoeg niet weerhouden sloegen bij haar de stoppen door. Niet weerhouden wil immers zeggen dat je wél geselecteerd bent. Alleen weten de meeste HR-managers dat niet. Tot Weerwerker nr. 14082002 er op een avond definitief genoeg van had.

De punten van haar hoektanden schoten door haar onderlip. Haar anders zo fijn geëpileerde wenkbrauwen werden dik en stug. Haar okselhaar groeide onder haar chemisier door naar haar slanke vingers. Haar spieren werden dik. Haar ogen vlamden in het schemerlicht. Daarop deed zij haar regenjas aan, trok de capuchon diep over het hoofd en nam de laatste bus uit Betwienjops. Tegen de ochtend kwam zij terug thuis met een vieze regenjas, had zij de HR-manager met de taalfout in de keel gehapt. Met vele groetjes uit het Land van Weerwerk.
(eerder verschenen in Vacature)

Een gedachte over “Groetjes uit het land van Weerwerk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *