Hardcore business

“Twéé keer ben ik hier al voorbijgekomen en twéé keer hebt ge niks gezegd, mijnheer. Iedereen is verplicht een ticket te kopen in het station van vertrek. En als ge te laat zijt, mijnheer, dan moet ge de treinbegeleider zo snel mogelijk verwittigen. In welk station zijt gij opgestapt, mijnheer? In Luik! Nog tien minuten en we zijn in Gent, mijnheer.”

Mijnheer antwoordde dat hij van niets wist, echt waar niet. Betalen voor de trein? Nee maar. Raar reglement! Meer iets voor proleten eigenlijk. En de treinbegeleider, die had hij twéé keer niet zien voorbijkomen, echt waar niet. “Ik heb onderweg de hele tijd gewerkt”, zei hij.

Het was waar. Mijnheer was aan het werk geweest. De hele wagon had gehoord hoe hij zaken deed, in het Engels, de localiteit ver voorbij. Want het binnenland is voor de peuteraar. Een béétje carrièremaker denkt suppositoire over de natie heen.

Vier mogelijkheden. Mijnheer had ons niet zien zitten. Mijnheer kon het niet schelen dat we er zaten. Mijnheer was van de soort die gelooft dat je qua privacy overal veilig bent behalve op Facebook. Of mijnheer dacht dat Engels alleen een taal is voor zwaar beknobbelde mensen. Niet dat het van arrogant tot zelfingenomen een verschil maakte. Mijnheer deed hardcore business aan de telefoon en iedereen kon hem verstaan.

Hij ging een half miljoen investeren en hij kende iemand die over het miljoen wilde gaan. The guy has 15 million euro on his account! Gekregen na een erfenis of zoiets. Het was niet belangrijk. Ze moesten hem hoofdaandeelhouder maken. Daar konden ze niet omheen. En als hij belde moesten ze beleefd zijn. Want hij ging bellen. Mijnheer had het allemaal gefikst. 15 million on his account! We have fallen in the butter with our hole. The possibilities are endless.

Tot de trein na Brussel-Zuid een lelijk Oost-Vlaams bosje in reed. Zonder dekking. De verbinding viel uit en mijnheer werd technisch werkloos. Hij plukte een pluisje van zijn overjas en veegde met zijn mouw het wangvet van zijn iPhone. Maar zodra de strepen van de ontvangst terug waren begon het opnieuw. Mijnheer belde met naam en toenaam over ene Maximilian en the Germans. Met the Germans viel business te bakken. The French waren wel andere koek. Daar deed mijnheer geen business mee. Het argument schoot van voor naar achter door de wagon: I hate those French motherfuckers.

Toen vonden we het nog om te lachen. Mijnheer had geen besef. Bleek ook dat iemand op kantoor met een tumor zat waarvoor ze alle meetings hadden moeten uitstellen. Terwijl ze nu eindelijk wel eens moesten beslissen wat het zou worden: mid range of high end. Dringend. Mijnheer zou desomtrent nog een mail droppen bij ene Dan.

Daarna ging het over de sponsor, die voorlopig nog niet wist dat hij de sponsor zou zijn. De wagon wist het al wel, want mijnheer managede de hele santenboetiek tot in Germany. Intussen zat iedereen in de treincoupé te kauwen op een passend oordeel. Moesten wij ontzag hebben voor de professionele branie van mijnheer? Of mochten we bedenkingen hebben bij zijn goed fatsoen? Uiteindelijk gaf de kaartjesknipper de doorslag. Terwijl ik nog zo had gehoopt dat in 2011 alles anders zou worden.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

Een gedachte over “Hardcore business”

  1. heerlijk, ik wou dat ik erbij gezeten had.
    Het soort mensen waartegen je zegt: “spring is in the air!”, en die dan antwoorden met: “why should I?” … ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *