Hé, tante An

Tante An? Jij was vroeger een jongen, hé! Zo sprak zij! En tante An zweeg. Ze fronste alleen die ene rimpel tussen haar wenkbrauwen. Want wat zei dat kind nu? Gewoon terwijl het bij mij op schoot zat. Alsof het allemaal niets was. Dat ik een oude piemel had laten dichtvouwen in twee meisjesflapjes? Bij de dokter! Hé, tante An? Ik wist niet wat ik moest antwoorden. Tante An? Jij was vroeger een jongen, hé! Zo sprak zij met overtuiging. Want jawel!  Ze had het zelf gezien, op de foto bij oma in de gang. 

Er schoten mij behandelingen door het hoofd en zeven mislukte Kerstmissen zogezegd omdat ik op een Kerstmis had aangekondigd dat ik een geslachtsoperatie wilde. Mijn vader had zich daarop uiteraard verslikt in twee fondueballetjes. Het was een drama! Hoe licht zij er ook overheen ging. Ik voelde aan mijn oorbellen. Die hingen daar ineens maar wat. En ik moest aan Franky Bomans uit Thuis denken, een sok van een personage, met een baard. Franky Bomans kwam onlangs speciaal uit Amerika gevlogen om zijn ouders te vertellen dat hij een vrouw wilde zijn.

Pas op, ik heb niets tegen transgenders. Zij nemen moedige beslissingen. En voor de rest zijn het mijn zaken niet. Maar de opmerking dat ik vroeger zoals Franky Bomans van Thuis was, vond ik géén compliment. Ik wist wel dat ik het niet ernstig hoefde te nemen. Het was een kinderklassement. Zij veegde mijn wezen op een hoop omdat ze zelf van toeten noch blazen wist. Zij was de prinses van 2B, met knopen in haar haar en een halfvergane Hello Kitty onder haar gewaad. Zij was geen prinses. Zij dacht dat ze een prinses was, net zoals ze geloofde dat ik vroeger een jongen was.

Ik had kort haar op de foto in de gang. In de jaren 80 was zoiets geen bezwaar voor meisjes. Ik was verliefd op Ciske de Rat en ik had mijn haar zoals Ciske de Rat. Punt uit. Zo keek ik ook naar de schoolfotograaf, met een blik van Punt uit. Ik ben An Olaerts en ik ben de koning van trefbal. Toentertijd twijfelde ik aan niks, zeker niet aan mijn eigen kunnen. En die trui herinner ik me ook nog. Mark Uytterhoeven had dezelfde trui om het nieuws voor te lezen.  Die trui was geen gewone trui! En ik was geen gewoon meisje. Voor haar was het genoeg om een jongen van mij te maken. Pffff, ik zou haar nooit kiezen om in mijn kamp te komen bij trefbal.

Maar ik zei niets. Wat moest ik doen? Bewijzen dat ik wel een meisje was? Ik ben ik trouwens al een tijd geen meisje meer. Ik ben een vrouw. Er groeien stekels op mijn kin. Zover is het gekomen. Als ze mij morgen vermoord terugvinden in de  berm van de E40, gaan ze me op tv niet omschrijven als een dood meisje. Dan is er een vrouw met geweld om het leven gekomen, misschien zelfs van middelbare leeftijd. En ineens wist ik wat ik moest antwoorden. Maar nee, tante An was vroeger geen jongen. Wat telt is wat tante An nu is: Een dood meisje. Dat is wat meisjes doen, ze gaan dood. Terwijl jongens altijd jongens blijven. Gelukkig was het kind toen al lang van mijn schoot gesprongen. Hé, tante An? Kom je, riep ze vanuit de keuken. Papa heeft cake gebakken.

(eerder verschenen in De Standaard Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *