Het been

Jaak had een been. En in dat been zat een gaatje. Daar mocht ik mijn vinger soms in steken, als het vogeltje niet thuis was. Want in zijn been woonde een kanariepiet, zei Jaak, ongeveer gelijk in een koekoeksklok. Jaak had ook een vrouw. Die heette Tant Sieke. Ze verstopte briefjes van 20 frank onder de mat. Dat weet ik omdat ik zo eens een briefje heb gekregen. Tant Sieke had ook altijd wafels. Die zaten in boterpapier, achter het deurtje met gekleurd glas. Het hielp niet écht.
Eigenlijk was ik een beetje bang van Jaak. Maar ik kon het niet laten. Als de soep op was bij oma, en het pompje met Oxo stond terug in de kast, ging ik bij Jaak op bezoek. Voor het vogeltje. En voor zijn been.

Het was een raar been. Soms stond het helemaal alleen onder de tafel, met een kous en een schoen. Terwijl Jaak in de zetel zat met een omgeplooide broekspijp. Ze hebben mijn been afgezaagd, zei Jaak. Waarom vertelde hij er nooit bij. Trouwens, in die tijd mocht je zoveel vragen nog niet stellen aan grote mensen.
Toen Jaak doodging, was het been weg. Het zat zeker mee in de kist, zei mijn moeder. Ik kon alleen maar hopen dat het vogeltje niet thuis was. Want die kist ging nog voor de koffietafel de grond in. Met kanariepiet en al.

Ik weet niet waar hij begraven ligt, Jaak. Ik weet eigenlijk helemaal niks van Jaak, behalve dat hij de buurman van mijn grootmoeder was, die ook al heel lang dood is. Maar af en toe moet ik toch aan Jaak denken. En aan zijn been. Bijvoorbeeld als het over flexibiliteit gaat. Er wordt namelijk te veel van flexibiliteit gepreekt. Alsof het soms niet beter is om de poot stijf te houden.
Afspraak verplaatst. Deadline ingekort. Order gewijzigd. Vergadering uitgelopen. Wee de werknemer die het ervan op zijn zenuwen krijgt. Knikken moet je. Slikken zal je. Plooien is de leuze. Je moet van elastiek zijn om te overleven. Alleen bazen en klanten hoeven nooit te buigen. Ah ja, want waarom moet een mens flexibel zijn? Omdat anderen altijd hun opgesteven goesting willen krijgen. Maar dat staat er in de jobadvertentie nooit bij, dat de baas een koppige duvel is. Ambitie is niet van elastiek. Of toch niet te lang. Om het ver te schoppen moet je zweren bij je eigen groot gelijk. Poot stijf en vooruit.

Flexibiliteit is niet zaligmakend. Bij wijlen moet je gewoon nee zeggen, onaangepast doen en maken dat de díngen zich schikken, in plaats van andersom. Hoe hadden de gebroeders Wright anders ooit een vliegtuig kunnen uitvinden. Alleszins niet door zich erbij neer te leggen dat alleen vogels kunnen vliegen. Stel je maar eens voor dat Thomas Edison een flexibel type was geweest. Dan waren we met zijn allen knoeiers in het donker gebleven.
Ik begrijp heus niet waarom er altijd zo hoog van de toren wordt geblazen over flexibiliteit. Weg met het rubberen management. Weg met het slijm der aarde dat zich professioneel voegt. Leve de stijve poot! Al geef ik toe dat het niet altijd gemakkelijk is om in jezelf te geloven. Alleen arrogante mensen twijfelen nooit. Maar op zulke dagen heb ik Jaak en het been van Jaak. Ik zit op mijn stoel met mijn linkerknie gestrekt en ik denk: Ik plooi niet. Wie durft mag zijn vinger in het gaatje steken.

(eerder verschenen in Vacature Magazine)

2 gedachten over “Het been”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *